Successiewet

Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen

Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen

De Successiewet bevat een aantal fictiebepalingen. Een van deze bepalingen merkt alles wat iemand ten koste van het vermogen van de erflater heeft verkregen aan als een erfrechtelijke verkrijging wanneer de erflater tot aan zijn overlijden daarvan het genot heeft gehad in de vorm van een vruchtgebruik of van een periodieke uitkering die door de verkrijger is betaald. Deze bepaling heeft onder meer betrekking op schuldig gebleven bedragen, waarover geen rente is betaald of waarover minder dan het wettelijke percentage van 6 aan rente is betaald of waarover niet alle verschuldigde rente daadwerkelijk is betaald. Te late betaling van rente kan worden gecompenseerd, mits op het moment van het overlijden alle rente is betaald en over de te laat betaalde rente een samengestelde rentevergoeding is betaald over de periode van te late betaling. Deze samengestelde rente moet gelijk zijn aan de bij de schuldigerkenning overeengekomen rente. Is hieraan voldaan, dan is geen sprake van een fictieve erfrechtelijke verkrijging en hoeft over de schuldig erkende bedragen geen erfbelasting te worden betaald.

Een vader erkende in een reeks van jaren bedragen schuldig aan zijn zoon bij wijze van schenking. Van alle schuldigerkenningen werden notariële akten opgemaakt. Volgens deze akten moest vader over de hoofdsom of het restant daarvan jaarlijks op 31 december rente betalen aan zijn zoon. Tot en met het van overlijden van vader was minder rente betaald dan volgens de schuldigerkenningen aan rente betaald had moeten worden. De feitelijk betaalde bedragen waren niet te herleiden tot de afzonderlijke schuldigerkenningen. Ook kwamen de betalingen in geen enkel jaar overeen met de in dat jaar verschuldigde bedragen. Dat was aanleiding voor de Belastingdienst om het totale bedrag van de schuldigerkenningen als fictieve erfrechtelijke verkrijging aan te merken, waarover de zoon erfbelasting moest betalen. De zoon was het daar niet mee eens, maar de rechtbank en, in hoger beroep, het gerechtshof, stelden de Belastingdienst in het gelijk.

Geen hoge vrijstelling erfbelasting

Geen hoge vrijstelling erfbelasting

De erfbelasting kent een hoge vrijstelling voor de partner. Niet iedereen komt in aanmerking voor het partnerschap. Bloedverwanten in de rechte lijn worden niet als partners aangemerkt, tenzij de bloedverwant in de eerste graad een mantelzorgcompliment heeft genoten omdat hij in het jaar voor het jaar van overlijden zorg aan de erflater heeft verleend.

Naar het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden is toepassing van de partnervrijstelling terecht achterwege gelaten bij de vaststelling van een aanslag erfbelasting, die werd opgelegd aan een zoon van de overledene. De zoon en de vader voerden gezamenlijk een huishouding, tot het overlijden van de vader. De zoon voldeed niet aan de voorwaarde dat hem in verband met de zorg voor zijn vader een mantelzorgcompliment is verleend. Het hof wees het beroep op toepassing van het gelijkheidsbeginsel af. De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit goedgekeurd dat bij een overlijden in 2010 of 2011 de eis van het genieten van een mantelzorgcompliment niet in alle gevallen geldt. De door de staatssecretaris aangevoerde reden voor de goedkeuring deed zich in de jaren na 2011 niet meer voor. Overigens was ook niet voldaan aan de andere voorwaarden die aan toepassing van de goedkeurende regeling werden gesteld.

Late beschikbaarheid aangifteformulieren erf- en schenkbelasting

Late beschikbaarheid aangifteformulieren erf- en schenkbelasting

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de aangifte erf- en schenkbelasting beantwoord. De aangifteformulieren erf- en schenkbelasting zijn pas vanaf april of mei 2017 beschikbaar, terwijl de nieuwe regels op 1 januari 2017 zijn ingevoerd. Gevraagd is waarom de formulieren niet eerder beschikbaar waren.

Door het vervallen van een ontheffingsmogelijkheid van voor aangiftes geldende vormvoorschriften per 1 januari moet voor aangiftes die betrekking hebben op overlijdens en schenkingen na 1 januari gebruik gemaakt worden van het door de Belastingdienst ter beschikking gestelde formulier. Volgens de staatssecretaris zijn deze formulieren gewoonlijk in februari beschikbaar, maar is dat dit jaar vertraagd doordat er meer aanpassingen moesten worden aangebracht. Het is niet meer mogelijk om onder bijzondere omstandigheden gebruik te maken van vormvrije bijlagen. Alle mogelijke situaties moeten in het formulier verwerkt kunnen worden.

Voor aangiftes erfbelasting geldt dat deze binnen een termijn van acht maanden na het overlijden van de erflater moeten worden gedaan. Als daaraan is voldaan wordt geen belastingrente berekend. De staatssecretaris voorziet geen problemen met het tijdig kunnen doen van aangifte door het later beschikbaar komen van de aangifteformulieren. Naar verwachting worden in juni de eerste voorlopige aanslagen 2017 opgelegd. Voor de schenkbelasting geldt dat nooit belastingrente wordt berekend.

Nieuwsbrief april 2017

De nieuwsbrief van april 2017 staat online, wij verwijzen u graag naar de bijlage: 2017-04 nieuwsbrief Drechtsteden Accountants en Adviseurs

In deze nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • einde pensioen in eigen beheer
  • gebruik camerabeelden door de Belastingdienst
  • overbruggingsregeling transitievergoeding

Wij wensen u veel leesplezier en alvast hele fijne paasdagen.

 

Toepassing onbeperkte navorderingstermijn erfbelasting

Toepassing onbeperkte navorderingstermijn erfbelasting

In het verleden kwam het regelmatig voor dat mensen in het buitenland een bankrekening aanhielden en op die manier probeerden vermogen en inkomsten buiten het zicht van de Belastingdienst te houden. Door het opheffen van het bankgeheim en door onderlinge afspraken tussen landen over de automatische uitwisseling van gegevens over bankrekeningen is dat een stuk lastiger geworden. Het achteraf moeten betalen van belasting en boete over een reeks van jaren weerhoudt mensen ervan om schoon schip te maken door hun verzwegen vermogen en inkomsten alsnog op te geven.

De Belastingdienst heeft, wanneer aanvankelijk te weinig belasting is geheven, de mogelijkheid om dat te corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. De bevoegdheid om een navorderingsaanslag op te leggen vervalt na een termijn van vijf jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Voor de belastingheffing over buitenlandse inkomens- of vermogensbestanddelen geldt een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. Wie gedurende langere tijd zijn buitenlandse inkomens- of vermogensbestanddelen niet in zijn aangifte heeft verwerkt, kan dus geconfronteerd worden met een reeks aan navorderingsaanslagen.

De mogelijkheid om na te vorderen geldt ook voor de erfbelasting. Voor de inkomstenbelasting verzwegen buitenlands vermogen blijft ook vaak buiten de aangifte erfbelasting. Soms is dat onbewust, omdat de erfgenamen niet op de hoogte zijn van de buitenlandse bezittingen.

Uitsluitend voor de heffing van erfbelasting geldt sinds 1 januari 2012 een onbeperkte navorderingstermijn voor verzwegen buitenlands vermogen. De invoering van de onbeperkte navorderingstermijn geeft de Belastingdienst echter niet het recht om na te vorderen in gevallen waarin op 1 januari 2012 de twaalfjaarstermijn al was verstreken. Dat volgt uit de tekst van de wet. Ook volgens de wetsgeschiedenis geldt de onbeperkte navorderingstermijn niet met terugwerkende kracht, maar alleen voor zover op 1 januari 2012 de bevoegdheid tot navordering nog aanwezig was.

Schenking op papier heeft soms ongewenste gevolgen

Schenking op papier heeft soms ongewenste gevolgen

Een schenking kan niet alleen worden gedaan door geld of goederen te overhandigen, maar ook “op papier”. Dat gebeurt door bedragen schuldig te erkennen en over het schuldig gebleven bedrag rente te betalen. Een schenking op papier kan in een onderhandse akte of in een notariële akte worden vastgelegd. Schenkingen op papier zijn populair omdat de schenker kan blijven beschikken over het geschonken bedrag. Toch zit er een keerzijde aan schenkingen op papier. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt namelijk dat een schenking vervalt als de schenker overlijdt en de bedoeling is dat de schenking pas na het overlijden van de schenker zal worden uitgevoerd. Op die bepaling geldt een uitzondering voor een schenking die door de schenker persoonlijk is aangegaan en in een notariële akte is vastgelegd. Wanneer de schenking vervalt, wordt bij de berekening van erfbelasting over de nalatenschap geen rekening gehouden met de schulden uit hoofde van de schenking op papier.

De vraag in een procedure was of schenkingen op papier de nalatenschap van de schenker verminderden. De erfgenamen, kinderen van de schenker, meenden dat dit het geval was. Zij moesten aannemelijk maken dat de schenkingen niet waren bedoeld om pas na het overlijden van de schenker te worden uitgevoerd. Volgens de rechtbank werd niet aan de bewijslast voldaan. De vorderingen van de kinderen waren direct opeisbaar, maar de schenker had onvoldoende geld om de schulden te voldoen. Wel had de schenker onroerende zaken, maar in de schenkingsakten stond niets over het voornemen of pogingen tot verkoop daarvan. De rechtbank vond van belang dat in de schenkingsakten stond dat de schenker het recht had om de schenkingen te herroepen zonder opgaaf van reden. In hoger beroep bevestigde het hof het oordeel dat de inspecteur de schuldig gebleven schenkingen terecht niet in mindering heeft gebracht op de nalatenschap.