Miljoenennota

Nieuwsbrief oktober

Geachte relatie,

De nieuwsbrief van oktober is weer beschikbaar en kunt u hier lezen:  nieuwsbrief oktober.

Uiteraard boordevol informatie over Prinsjesdag. Ook kunt u lezen over o.a. afschaffing inkeerregeling, maatregelen loonbelasting en vermogensverschuiving via huwelijkse voorwaarden.

Wij wensen u veel leesplezier en heeft u vragen dan kunt u uiteraard altijd contact met ons opnemen.

Prinsjesdag 2018

Prinsjesdag 2018

Het gebruikelijke jaarlijkse pakket fiscale maatregelen dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, is dit jaar vanwege de demissionaire status van het kabinet magerder dan ooit. Toch bestaat het Belastingplan uit vier wetsvoorstellen. Naast het eigenlijke Belastingplan en het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen (OFM) zijn dat een wetsvoorstel ter afschaffing van de landbouwregeling in de btw en een wetsvoorstel dat houdstercoöperaties inhoudingsplichtig maakt voor de dividendbelasting. Het Belastingplan 2018 bevat de maatregelen die per 1 januari 2018 effect hebben op de koopkracht. Het wetsvoorstel OFM 2018 bevat maatregelen die geen budgettaire gevolgen hebben. Veel van de daarin opgenomen maatregelen zijn een reactie op jurisprudentie, gericht op de bestrijding van misbruik of een gevolg van Europese regelgeving.

N.B. Het gaat om wetsvoorstellen, die nog door de Tweede en Eerste Kamer behandeld moeten worden. De verwachting is dat het nieuwe kabinet door het aanbrengen van wijzigingen zijn stempel zal willen drukken op de voorgestelde maatregelen.

De belangrijkste aangekondigde veranderingen zijn de volgende.

Tarieven inkomstenbelasting
De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting wijzigen nauwelijks. Het tarief in de tweede en derde schijf gaat met 0,05% omhoog naar 40,85%. Voor mensen boven de AOW-leeftijd gaat het tarief in de tweede schijf naar 22,95%. Het tarief in de vierde schijf daalt met 0,05% naar 51,95%. Omdat de derde schijf wordt verlengd, is het tarief in de vierde schijf pas bij een inkomen vanaf € 68.507 van toepassing.

Ook de heffingskortingen worden slechts beperkt veranderd. Het maximum van de algemene heffingskorting gaat van € 2.254 naar € 2.265 in 2018. De arbeidskorting gaat iets omhoog naar maximaal € 3.249. Het hoge bedrag van de ouderenkorting gaat van € 1.292 naar € 1.418. De alleenstaande ouderenkorting gaat iets omlaag naar € 423.

Afschaffing inkeerregeling
Zoals al eerder was aangekondigd wil het kabinet de inkeerregeling afschaffen. De inkeerregeling houdt in dat mensen, die vermogen of inkomen hebben verzwegen, dat binnen twee jaar alsnog kunnen aangeven zonder dat de Belastingdienst een vergrijpboete oplegt. Die mogelijkheid om boetevrij in te keren wordt afgeschaft.

Afschaffen landbouwvrijstelling btw
In de Miljoenennota van vorig jaar is de afschaffing van de landbouwregeling in de btw al aangekondigd. Nu is het zo ver en ligt er een wetsvoorstel ter afschaffing van de regeling per 1 januari 2018. Dit heeft tot gevolg dat landbouwers vanaf 1 januari 2018 over hun prestaties btw moeten voldoen en btw over de aan hen verrichte prestaties kunnen terugvragen.

Vermogensverschuiving via huwelijkse voorwaarden
Per 1 januari 2018 verandert het huwelijksvermogensrecht. Standaard ontstaat dan bij huwelijk een beperkte gemeenschap van goederen. Momenteel is het uitgangspunt een volledige gemeenschap van goederen, waarin iedere echtgenoot voor de helft gerechtigd is. Via het maken van huwelijkse voorwaarden kunnen echtgenoten kiezen voor een andere verdeling. Wanneer zij door het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden een andere verdeling van de gemeenschap afspreken of kiezen voor een andere gemeenschap kan het zijn dat daarbij schenk- of erfbelasting verschuldigd wordt. Echtgenoten kunnen hun vermogens in ieder geval zonder gevolgen voor de schenk- en erfbelasting samenvoegen in de huwelijksgemeenschap tot een verdeling van 50% voor iedere echtgenoot. Schenkbelasting is verschuldigd indien het aandeel van de echtgenoot met het minste vermogen hoger wordt dan 50% of indien het aandeel van de echtgenoot met het meeste vermogen in het totale vermogen toeneemt. Het meerdere boven 50% respectievelijk de toename van het belang wordt dan aangemerkt als schenking.

Het voorstel geldt ook voor ongehuwd samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract.

Laag tarief btw geneesmiddelen
Het verlaagde tarief in de btw is van toepassing op geneesmiddelen. Door een arrest van de Hoge Raad is duidelijk geworden dat de wettekst te ruim is. Volgens het arrest vallen ook fluoride tandpasta en zonnebrandcrème onder het lage tarief. Dat is niet de bedoeling. Daarom wordt de definitie van geneesmiddel voor de btw aangepast. Het lage tarief geldt dan alleen nog voor producten, die na goedkeuring van de bevoegde autoriteiten als geneesmiddel in de handel mogen worden gebracht. Bepalend is of een handelsvergunning is afgegeven.

Belastingplan 2017 aangenomen

Belastingplan 2017 aangenomen

De Eerste Kamer heeft de wetsvoorstellen Belastingplan 2017 aangenomen. Het gaat om het eigenlijke Belastingplan 2017 en de wetvoorstellen Overige fiscale maatregelen 2017 (nummer 34.553), Fiscale vereenvoudigingswet 2017 (nummer 34.554), Wet uitwisseling inlichtingen over rulings (nummer 34.527) en Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting (nummer 34.545).

Bij de behandeling van de wetsvoorstellen zijn enkele moties ingediend. De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen om in het Belastingplan 2018 te regelen dat de afbouw van de hoge naar lage ouderenkorting geleidelijk gaat verlopen in plaats van de huidige abrupte overgang. Een motie om de vrijstelling in box 3 per 1 januari 2017 te verdubbelen door het indienen van een spoedwet is aangehouden.

Wetsvoorstellen Belastingplan 2017 c.s. aangenomen door Tweede Kamer

Wetsvoorstellen Belastingplan 2017 c.s. aangenomen door Tweede Kamer

De Tweede Kamer heeft de wetsvoorstellen, die samen het Belastingplan 2017 vormen, aangenomen. Naast het Belastingplan 2017 zelf gaat het om de Wet Overige fiscale maatregelen 2017, de Fiscale vereenvoudigingswet 2017, de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen en de Wet tijdelijk verlaagd tarief laadpalen met een zelfstandige aansluiting.

Bij de behandeling van het eigenlijke Belastingplan 2017 zijn drie amendementen aangenomen. Het eerste amendement zorgt ervoor dat de verhoging van het tarief van de afvalstoffenbelasting met € 1,15 per 1.000 kilogram per 1 januari 2017 niet doorgaat. De verhoging was het gevolg van het op nul zetten van de exportheffing. De maatregel wordt bekostigd door verlaging van de energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2017 met 2%.

Het tweede amendement betreft het toevoegen van activiteiten met betrekking tot niet-chemische gewasbeschermingsmiddelen aan de innovatiebox. Ook dit amendement heeft een verlaging van de EIA tot gevolg, in dit geval met 0,5%.

Het derde amendement betreft een voordelige behandeling van aandelenopties voor werknemers van innovatieve startende bedrijven. Deze regeling gaat in per 1 januari 2018. Tot een bedrag van € 50.000 aan opties wordt slechts 75% daarvan als loon aangemerkt. De rest is vrijgesteld. De werknemer moet de aandelenopties hebben gekregen van een werkgever die op het moment van toekenning van de opties een S&O-verklaring voor starters had. De maatregel wordt gefinancierd door een verlaging van de EIA per 1 januari 2018 met 0,5%.

Bij de behandeling van de Overige Fiscale Maatregelen 2017 is een amendement aangenomen. Dat amendement regelt dat mensen een oude spaar- of beleggingshypotheek vervroegd geheel of gedeeltelijk kunnen aflossen met het gespaarde of belegde vermogen. Nu moeten zij ten minste 15 jaar wachten voordat gebruik gemaakt kan worden van een vrijstelling van inkomstenbelasting voor het gespaarde of belegde vermogen. Alleen bij verhuizing kan nu vervroegd worden afgelost zonder belastingheffing over de uitkering. Door het amendement wordt het mogelijk om per jaar 10% af te lossen en het restant ineens wanneer het gespaarde of belegde vermogen gelijk is aan de resterende hypotheekschuld zonder heffing van inkomstenbelasting over het gespaarde of belegde vermogen. Ook wordt gehele aflossing aan het einde van een rentevrije periode mogelijk. Dit wordt geregeld door niet langer de eis te stellen dat ten minste 15 of 20 jaar jaarlijks premie moet zijn betaald. De lage vrijstelling na 15 jaar premiebetaling vervalt. Voor de hoge vrijstelling volstaat dat vanaf de aanvang van de verzekering jaarlijks premie is voldaan binnen de geldende bandbreedte-eis. De indieners van het amendement verwachten dat de staatssecretaris van Financiën de Kamer voor 1 februari 2017 bericht over de inwerkingtreding van deze regeling.

Overgangsrecht verhoogde schenkingsvrijstelling

Overgangsrecht verhoogde schenkingsvrijstelling

In de Tweede Kamer is bij de behandeling van het Belastingplan 2017 het overgangsrecht voor de verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning uitgebreid aan de orde geweest. Dat is opmerkelijk, want de verhoogde vrijstelling en het bijbehorende overgangsrecht zijn al geregeld bij het Belastingplan 2016.

Verruiming schenkingsvrijstelling

Met ingang van 2017 wordt de verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor schenkingen die worden besteed aan de eigen woning verruimd. Dan kan een bedrag van € 100.000 belastingvrij worden geschonken. Momenteel kan maximaal € 53.016 belastingvrij worden geschonken ten behoeve van de eigen woning. Er is voorzien in overgangsrecht, waardoor het mogelijk is om eerder onder de vrijstelling gedane schenkingen aan te vullen tot € 100.000. Dat overgangsrecht geldt echter niet in alle gevallen.

Overgangsrecht

Met ingang van 2010 geldt een extra verhoogde vrijstelling voor een schenking ten behoeve van de eigen woning. Wanneer voor het jaar 2010 een schenking is gedaan met een beroep op de toen geldende eenmalig verhoogde vrijstelling, kan de verruimde vrijstelling in 2017 worden benut. Wel wordt het bedrag van € 100.000 dan verminderd met het bedrag van de algemene verhoogde vrijstelling van € 25.449. Is echter in aanvulling op de eerdere schenking in de jaren 2010 tot en met 2016 een beroep gedaan op de extra verhoogde vrijstelling voor de eigen woning, dan is de vanaf 2017 geldende verruimde vrijstelling niet van toepassing.

Is in de jaren 2010 tot en met 2014 een beroep gedaan op de verhoogde vrijstelling voor de eigen woning, dan kan de extra verhoging niet worden benut in 2017 of daarna.

De extra verhoging kan in 2017 of in 2018 wel worden benut als in 2015 of in 2016 een beroep is gedaan op de verhoogde vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning. De verruiming is in die gevallen beperkt tot het verschil tussen € 100.000 en de huidige verhoogde vrijstelling van € 53.016. Er kan dus in de jaren 2017 of 2018 nog € 46.984 aanvullend belastingvrij worden geschonken.

Vragen en opmerkingen

Een van de vragen, die aan de staatssecretaris van Financiën over het overgangsrecht zijn gesteld, is waarom hij niet heeft gekozen voor vermindering van de vrijstelling voor de eigen woning van € 100.000 met vóór 1 januari 2017 van dezelfde schenker ontvangen schenkingen waarop een verhoogde vrijstelling schenkbelasting is toegepast. Volgens de staatssecretaris kost dit te veel geld. Naar schatting gaat het om een bedrag van € 250 miljoen.

De staatssecretaris merkt op dat een structurele regeling waarbij de vrijstelling van schenkbelasting voor de eigen woning wordt verminderd met eerdere schenkingen onder de verhoogde vrijstelling neerkomt op een periodevrijstelling en niet langer als een eenmalige verhoogde vrijstelling is aan te merken. Als alternatief voor een uitbreiding van het overgangrecht wijst de staatssecretaris op de mogelijkheid om in een reeks van jaren gebruik te maken van de reguliere vrijstelling van ruim € 5.000 voor kinderen. Op die manier kunnen ook flinke bedragen belastingvrij geschonken worden.

De staatssecretaris voelt niets voor de suggestie om kinderen, die in 2013 of 2014 nog geen eigen woning hadden en daardoor in die jaren alleen gebruik hebben kunnen maken van de reguliere verhoogde vrijstelling, alsnog de mogelijkheid te geven om maximaal € 100.000 aan vrijstelling te kunnen benutten. Eerder heeft de staatssecretaris al opgemerkt dat het de keuze van deze kinderen is geweest om gebruik te maken van de reguliere verhoogde vrijstelling van afgerond € 25.000. Dat roept de vraag op in hoeverre de kinderen een schenking door hun ouders (hebben) kunnen sturen.

Tot slot merkt de staatssecretaris op dat de tekst van de wet bepaalt dat de schenkingsvrijstelling geldt voor iemand tussen 18 en 40 jaar. Dat wordt zodanig uitgelegd dat de vrijstelling ook nog kan worden benut voor een schenking die plaatsvindt op de veertigste verjaardag.

Nieuwsbrief Drechtsteden Accountants en Adviseurs

Onze meest recente nieuwsbrief bevat nieuwsfeiten vanuit de belastingplannen en is ook qua lay-out vernieuwd.

Uiteraard bevelen wij u aan de hele nieuwsbrief te lezen.
Belangrijke zaken die komende maanden voor einde jaar naar onze mening minimaal aandacht verdienen zijn:
• goede investeringsplanning voor optimale investeringsaftrek
• beoordeling pensioenvoorziening in eigen beheer voor DGA met onder andere stopzetten voor 1 januari
• als u monumentenwoning heeft, de kostenaftrek vervalt in 2017
• de rendementsheffing in box 3 gaat vanaf volgend jaar omhoog

Voor vragen kunt u altijd contact met ons opnemen via telefoonnummer 078-8907289

Wij verwijzen u graag naar de bijlage: drechtsteden-nieuwsbrief

Tarieven en heffingskortingen

Tarieven en heffingskortingen

De heffingskortingen zijn een geliefd instrument om inkomenspolitiek te bedrijven. Volgend jaar worden ouderen tegemoet gekomen door een verhoging van de ouderenkorting voor lagere inkomens. Werkende mensen profiteren van een vertraagde afbouw van de arbeidskorting en een verhoging van het maximum bedrag.

Algemene heffingskorting
Het maximum van de algemene heffingskorting voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt gaat iets omhoog, namelijk van € 2.242 in 2016 naar € 2.254 in 2017. Voor mensen die ouder zijn dan de AOW-leeftijd bedraagt het maximum in 2016 € 1.145 en in 2017 € 1.151. De inkomensafhankelijke verlaging van de algemene heffingskorting verloopt in 2017 iets langzamer dan in 2016.

Ouderenkorting
De ouderenkorting voor lagere inkomens gaat omhoog van € 1.187 in 2016 naar € 1.292 in 2017. Voor hogere inkomens wijzigt de ouderenkorting vrijwel niet. Dat geldt ook voor de alleenstaande ouderenkorting.

Arbeidskorting
De aanpassingen in de arbeidskorting hebben tot gevolg dat meer mensen per saldo recht hebben op een iets hogere arbeidskorting in 2017. Het maximum van de arbeidskorting wordt verhoogd van € 3.103 in 2016 naar € 3.223 in 2017, het tempo waarmee de arbeidskorting wordt verminderd gaat omlaag en het inkomenstraject waarvoor de arbeidskorting geldt wordt verlengd. De eerdere start van de afbouw van arbeidskorting compenseert dit effect enigszins. In 2017 begint de daling van de arbeidskorting bij een inkomen van € 32.444. In 2016 is dat bij een inkomen van € 34.015.

Schijflengte
De derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting loopt in 2016 tot een inkomen van € 66.421. Dat wordt in 2017 een bedrag van € 67.072. De tarieven van de eerste schijven in de loon- en inkomstenbelasting gaan iets omhoog.

Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting

Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting

Dividendbelasting kan worden verrekend met de verschuldigde vennootschapsbelasting. Pensioenfondsen en andere vrijgestelde lichamen hebben die mogelijkheid niet, omdat zij geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen. Voor deze groep bestaat de mogelijkheid van teruggaaf van ingehouden dividendbelasting. Naast deze teruggaafmogelijkheid komt er een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting. Deze geldt voor dividenden die worden uitbetaald aan niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen lichamen, inclusief buitenlandse lichamen. De inhoudingsvrijstelling vermindert de administratieve lasten van opbrengstgerechtigden.

Belastingplan 2017

Belastingplan 2017

Zo kort voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer mochten we van het Belastingplan 2017 geen schokkende of ingrijpende maatregelen verwachten. Die verwachting is uitgekomen. Toch is het een omvangrijk pakket geworden van maar liefst zes wetsvoorstellen. Veel zaken waren al bekend of eerder aangekondigd. Zoals te doen gebruikelijk omvat het eigenlijke Belastingplan de maatregelen met gevolgen voor de koopkracht en voor het budget van de overheid. Het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen bevat voorstellen die geen of weinig budgettaire gevolgen hebben. Wel vindt het kabinet het wenselijk dat deze maatregelen per 1 januari 2017 in werking treden. Dit wetsvoorstel bevat ondermeer een reparatie van de bedrijfsopvolgingsregeling.

De al uitvoerig met de Eerste en Tweede Kamer besproken afschaffing van het pensioen in eigen beheer is uitgewerkt in een apart wetsvoorstel. Het Belastingplan 2017 bevat verder een vereenvoudigingswetsvoorstel. Dit wetsvoorstel bevat overigens niet alle in het Belastingplan 2017 opgenomen vereenvoudigingen.

Tenslotte is er een apart wetsvoorstel voor de afschaffing van twee aftrekposten in de inkomstenbelasting, namelijk de aftrek van kosten van onderhoud van monumentenpanden en de aftrek van scholingskosten, en een wetsvoorstel met een regeling in de energiebelasting voor laadpalen voor elektrische auto’s.

Einde pensioen in eigen beheer

Einde pensioen in eigen beheer

Na uitgebreide discussie met het parlement ligt er nu een wetsvoorstel dat per 1 januari 2017 een einde maakt aan de mogelijkheid voor een dga om in eigen beheer bij de bv een pensioenvoorziening op te bouwen. De dga met een pensioen in eigen beheer heeft drie mogelijkheden:

  1. afkoop;
  2. omzetting in een oudedagsverplichting;
  3. niets doen.

Afkoop
Tegelijk met de afschaffing van de opbouw van pensioen in eigen beheer komt de mogelijkheid om het al opgebouwde pensioen in eigen beheer fiscaal vriendelijk af te kopen. Die mogelijkheid is overigens tijdelijk en geldt gedurende drie jaar. De afkoopmogelijkheid houdt het volgende in:

  • De pensioenaanspraak wordt zonder belastingheffing verlaagd naar de fiscale waarde.
  • In afwijking van de normale regels wordt loonbelasting berekend over de fiscale waarde van de pensioenvoorziening en niet over de hogere waarde in het economisch verkeer. Om afkoop aantrekkelijk te maken wordt voor de heffing van loonbelasting een korting verleend. Let op: de korting neemt ieder jaar af. In 2017 geldt een korting van 34,5%, in 2018 van 25% en in 2019 van 19,5%.
  • Er is geen revisierente verschuldigd.

De korting wordt verleend over geen hoger bedrag dan de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting op 31 december 2015.

Omzetting
Als de dga zijn pensioen niet wil afkopen kan hij, na fiscaal geruisloze verlaging tot de fiscale waarde van de pensioenverplichting, de pensioenaanspraak omzetten in een oudedagsverplichting. Dat kan tot uiterlijk 31 december 2019. De oudedagsverplichting neemt jaarlijks toe met de wettelijk voorgeschreven oprenting. De dga kan de oudedagsverplichting op elk gewenst moment om laten zetten in een lijfrente bij een verzekeraar. Doet de dga dat niet, dan wordt het opgebouwde bedrag vanaf de AOW-leeftijd in 20 jaar uitgekeerd aan de dga. De uitkeringen mogen overigens al vijf jaar voor het bereiken van de AOW-leeftijd ingaan. De periode van 20 jaar wordt dan verlengd met het aantal jaren dat de uitkeringen eerder ingaan. Bij de keuze voor deze oudedagsverplichting heeft de dga tot en met 2019 de mogelijkheid om alsnog over te gaan tot afkoop. De kortingsregeling geldt ook in die situatie.

Niets doen
Doet de dga ook dat niet, dan blijft voor de tot en met 31 december 2016 in eigen beheer opgebouwde aanspraken de huidige regelgeving in de vennootschapsbelasting en loon- en inkomstenbelasting gelden. Verdere opbouw is niet mogelijk. Indexering van de opgebouwde aanspraken is wel mogelijk, uiteraard alleen indien indexering in de pensioenregeling is toegezegd. Van belang is dat verschillen tussen de commerciële en de fiscale waarde van de pensioenvoorziening blijven bestaan, met alle nadelen daarvan zoals het mogelijk niet kunnen uitkeren van dividend.

Instemming partner
De fiscaal geruisloze verlaging van de pensioenaanspraak, gevolgd door afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting, kan van invloed zijn op de rechten van de partner van de dga. Daarom moet de partner uitdrukkelijk instemmen met de beëindiging van het pensioen in eigen beheer.

Informatieverplichting
De afkoop of omzetting van pensioen in eigen beheer moet worden gemeld aan de Belastingdienst. Het is geen verzoek om toepassing van de fiscaal gefaciliteerde beëindiging van pensioen in eigen beheer, maar een voorwaarde waaraan voldaan moet worden.

Ingegaan pensioen
Het gefaciliteerd afkopen van pensioen in eigen beheer is ook mogelijk als het pensioen al is ingegaan. De korting bij afkoop wordt dan berekend over de fiscale waarde op het moment van afstempelen en niet over de hogere fiscale waarde ultimo 2015.

Geen inhaal via lijfrente
Beëindiging van het pensioen in eigen beheer heeft overigens niet tot gevolg dat er extra ruimte ontstaat voor de aftrek van lijfrentepremie.

Schenkingsaspecten
Als een ander dan de pensioengerechtigde aandelen in de bv heeft op het moment van de aanpassing van de pensioenaanspraken en de afkoop of omzetting in een oudedagsverplichting, wordt deze ander daardoor bevoordeeld. Over dat voordeel moet schenkbelasting betaald worden.