Loonbelasting

Nieuwsbrief april 2019

Hier leest u onze nieuwsbrief van april 2019 Nieuwsbrief 04-2019

Het eerste kwartaal van 2019 ligt achter ons.
Een kwartaal waarin wij zien dat enkele van u toch ook echt nieuwe stappen neemt in investeringen in bedrijfsmiddelen of zelfs overname van bedrijven.
Mooi om te zien dat dit mogelijk wordt gemaakt uit een verbeterde markt en groei van activiteiten.
Ook wij zijn aan het nadenken hoe wij onze dienstverlening nog beter kunnen laten aansluiten op uw wensen en vragen.
O.a. door nieuwe software toepassingen waaronder Workfield. Een toepassing voor meer CRM mogelijkheden met ook offertes die uitgebracht kunnen worden.
Als u interesse heeft, dan laten wij u daar graag kennis mee maken.

Diverse van onze medewerkers studeren naast hun werk ook nog eens.
Eén van hen, Winfred Broekhuijsen heeft afgelopen maart zijn diploma HBO Accountancy mogen behalen.
Deze kennis kan hij ook weer inzetten in het werk. En zijn wij als organisatie blij mee.
Ondertussen gaat hij verder studeren.

In de bijgaande nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • wetsvoorstel bovenmatig lenen bij uw vennootschap, onderwerp dat nog steeds in beweging is
  • vrije ruimte werkkostenregeling naar 1,7% in 2020
  • wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid. Hierin staat dat aangenomen is door de Tweede Kamer.
    Het lijkt er overigens op dat de eerste kamer mogelijk nog aanpassingen wenst.
    We houden dat uiteraard in de gaten.

Wij wensen u veel leesplezier en goede paasdagen.

Nieuwsbrief januari 2019

Hier leest u de eerste nieuwsbrief van het jaar 2019: Nieuwsbrief januari 2019

In deze nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • wijzigingen loonbelasting, privégebruik auto
  • omzetbelasting, nieuwe btw-identificatienummers
  • subsidieregeling praktijkleren

Wilt u over een bepaald onderwerp meer weten, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Nieuwsbrief november 2018

Hier leest u de laatste nieuwsbrief van dit jaar: Nieuwsbrief november 2018

Met genoeg onderwerpen om nog eens te bezien of u nog een of meerdere slimme fiscale acties onderneemt om het jaar goed te eindigen of juist 2019 slim te starten.

Wilt u over een bepaald aspect meer weten, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Nieuwsbrief oktober 2018

Hierbij leest u onze nieuwsbrief van oktober 2018: Nieuwsbrief oktober 2018

In deze nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • Prinsjesdag 2018, voor meer informatie over de Belastingplannen 2019 verwijzen wij u naar onze website.
  • (afschaffing) dividendbelasting
  • Bewijs van beperkt privégebruik

Wij wensen u veel leesplezier!

Nieuwsbrief juni 2018

Geachte relatie,

Hier leest u onze nieuwsbrief van juni 2018: Nieuwsbrief juni 2018

In deze nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • de (eindelijk tot stand gekomen) compensatieregeling vrouwelijke zelfstandigen
  • actualiteiten betreft de arbeidsmarkt
  • info over de afschaffing dividendbelasting

Wij wensen u een hele goede zomer en veel leesplezier!

Nieuwsbrief april

Hier leest u onze nieuwsbrief van april nieuwsbrief april.

In deze nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), welke op 25 mei 2018 in werking treedt
  • noodzakelijkheidscriterium in de werkkostenregeling
  • controleerde WOZ-waarde voor uw aangifte inkomstenbelasting

Wij wensen u veel leesplezier!

Overgangsregeling bijtellingspercentage

Overgangsregeling bijtellingspercentage

De standaardbijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak is per 1 januari 2017 verlaagd van 25% naar 22%. Op grond van overgangsrecht geldt voor auto’s met een datum van eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016 ook na 1 januari 2017 een bijtelling van 25%. Over de vraag of de overgangsregeling een verboden vorm van ongelijke behandeling is of een inbreuk op het recht van ongestoord genot van eigendom is een procedure aanhangig bij de Hoge Raad. De Advocaat-generaal (A-G)bij de Hoge Raad heeft een conclusie aan deze zaak gewijd.

Eerder in de procedure heeft de rechtbank geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel door de overgangsregeling niet is geschonden. De wetgever had redelijke gronden voor de invoering van de overgangsregeling. Auto’s zijn zuiniger geworden en de overgangsregeling komt volgens de rechtbank de uitvoerbaarheid van de regeling ten goede. Evenmin is sprake van een ongeoorloofde inbreuk op het ongestoorde genot van eigendom. De wetgever heeft een grote beoordelingsvrijheid bij de keuze om al dan niet een overgangsregeling in te stellen. De regering heeft meerdere gronden aangevoerd om de keuze voor de overgangsregeling te onderbouwen. Dat de regeling elke redelijke grond mist blijkt volgens de A-G niet uit het door de werknemer aangevoerde.
Het mislopen van het voordeel van een lagere bijtelling kan volgens de A-G niet als een buitensporige last worden aangemerkt. De conclusie van de A-G strekt tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Forfaitaire bijtelling fiets van de zaak

Forfaitaire bijtelling fiets van de zaak

Om het woon-werkverkeer per fiets te stimuleren wil de staatssecretaris een bijtellingsregeling voor de fiets van de zaak invoeren. De staatssecretaris denkt aan een regeling die vergelijkbaar is met de bijtelling voor een auto van de zaak. Volgens de huidige regeling moet de werkelijke waarde van het privégebruik van een fiets van de zaak bij het loon worden geteld. De bepaling van de waarde van het privégebruik is een lastige zaak. Het komt erop neer dat alle kosten en lasten van de fiets moeten worden bijgehouden, evenals het aantal zakelijke en het aantal privékilometers. De staatssecretaris denkt dat een fiets van de zaak door een forfaitaire bijtellingsregeling een stuk aantrekkelijker wordt. De regeling moet nog worden uitgewerkt. Dat gebeurt in overleg met brancheverenigingen. Het streven is dat de bijtellingsregeling per 1 januari 2020 ingaat.

Het kabinet trekt verder € 100 miljoen uit om lokale en provinciale investeringen in fietsinfrastructuur en fietsenstallingen bij ov-knooppunten mede te financieren.

Het noodzakelijkheidscriterium in de werkkostenregeling

Het noodzakelijkheidscriterium in de werkkostenregeling

Werkgevers kunnen werknemers vergoedingen geven voor kosten die zij maken in het kader van hun dienstbetrekking. In plaats van een vergoeding kan de werkgever ervoor kiezen om bepaalde zaken voor zijn rekening ter hand te stellen aan de werknemers. We praten dan niet over vergoedingen, maar over verstrekkingen. De fiscale behandeling van vergoedingen en verstrekkingen loopt in beginsel gelijk op. Sommige vergoedingen en verstrekkingen blijven onbelast, andere zijn belast. De werkkostenregeling bepaalt hoe vergoedingen en verstrekkingen fiscaal worden behandeld.

Uitgangspunt werkkostenregeling
Het uitgangspunt van de werkkostenregeling is dat alle vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers loon vormen. Er is een vrije ruimte van 1,2% van de loonsom waarbinnen vergoedingen en verstrekkingen belastingvrij gedaan kunnen worden. De werkgever bepaalt welke vergoedingen of verstrekkingen binnen de vrije ruimte vallen door deze aan te merken als eindheffingsbestanddeel. Overschrijdt het totaal van de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen de vrije ruimte, dan vormt het meerdere belast loon. Dat loon wordt niet belast bij de werknemer, maar wordt betrokken in een eindheffing tegen een tarief van 80% die voor rekening van de werkgever komt.

Noodzakelijkheidscriterium
Op basis van het noodzakelijkheidscriterium hoeft een werkgever geen rekening te houden met een privévoordeel van de werknemer voor zaken die de werkgever aan de werknemer ter beschikking stelt. Deze verstrekkingen hebben geen invloed op de vrije ruimte. Die blijft beschikbaar voor andere vergoedingen en verstrekkingen. Het noodzakelijkheidscriterium geldt alleen voor gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur. De werkgever mag van de werknemer een eigen bijdrage vragen voor zaken die met toepassing van het noodzakelijkheidscriterium ter beschikking worden gesteld.

Wanneer een voorziening niet langer noodzakelijk is voor de uitoefening van de dienstbetrekking, moet de werknemer deze inleveren bij de werkgever. Desgewenst kan de werknemer de hem ter beschikking gestelde zaak houden, op voorwaarde dat hij de restwaarde daarvan aan zijn werkgever betaalt.

Voorbeelden toepassing noodzakelijkheidscriterium
De hamer van de timmerman is een duidelijk voorbeeld van een gereedschap waarop het noodzakelijkheidscriterium van toepassing is. Zonder hamer valt er immers weinig te timmeren. Even noodzakelijk is het muziekinstrument van een lid van een orkest. Is de musicus eigenaar van het instrument, dan kan een vergoeding door het orkest aan de musicus voor het instrument onder deze regeling worden gebracht. Het is niet verplicht dat het orkest alle kosten die samenhangen met het instrument van de musicus vergoedt.

Overgangsregeling bijtelling privégebruik auto

Overgangsregeling bijtelling privégebruik auto

Sinds 1 januari 2017 bedraagt de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak ten minste 22% van de cataloguswaarde van de auto indien de auto jonger is dan 15 jaar. In de jaren voor 2017 gold een bijtelling van 25%. Bij wijze van overgangsregeling geldt voor een auto met een datum van eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016 in de jaren 2017 en volgende een bijtelling van 25%.

Volgens de rechtbank is de overgangsregeling niet in strijd met het discriminatieverbod, zoals dat is opgenomen in internationale verdragen. De rechtbank benadrukt dat deze verdragen niet iedere vorm van ongelijke behandeling verbieden, maar alleen die waarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging ontbreekt. Vooral op fiscaal gebied heeft de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid om gelijke gevallen ongelijk te behandelen. Het oordeel van de wetgever dat daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat moet worden geëerbiedigd, tenzij het van redelijke grond ontbloot is. Dat is alleen anders wanneer het gaat om onderscheid op basis van persoonlijke kenmerken.

De verlaging van het bijtellingspercentage is volgens de rechtbank niet alleen gegrond op milieudoelstellingen. Dit betekent dat ook het door de overgangsregeling veroorzaakte onderscheid niet terug te voeren is op milieudoelstellingen. De wetgever heeft ook andere factoren betrokken in de bepaling van het bijtellingspercentage, zoals door werkgevers gestelde beperkingen aan het privégebruik en de door werkgevers beïnvloede keuze van auto’s.