Invordering

Nieuwsbrief oktober 2018

Hierbij leest u onze nieuwsbrief van oktober 2018: Nieuwsbrief oktober 2018

In deze nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • Prinsjesdag 2018, voor meer informatie over de Belastingplannen 2019 verwijzen wij u naar onze website.
  • (afschaffing) dividendbelasting
  • Bewijs van beperkt privégebruik

Wij wensen u veel leesplezier!

Berekening invorderingsrente

Berekening invorderingsrente

In de Invorderingswet 1990 is bepaald dat bij te late betaling van een belastingaanslag invorderingsrente in rekening wordt gebracht.

In een procedure voor de rechtbank meende de belanghebbende dat hij geen invorderingsrente hoefde te betalen omdat het rentebedrag was opgelopen door de lange duur van de behandeling van zijn bezwaar en beroep tegen de aanslag. De rechtbank stelde vast dat de betalingstermijn was verstreken terwijl slechts een deel van de aanslag was betaald. Vanaf het moment waarop de betalingstermijn was verstreken was de belanghebbende invorderingsrente verschuldigd. De belanghebbende had invorderingsrente kunnen voorkomen door tijdig te betalen, ook al was hij het niet eens met de aanslag. In dit geval koos de belanghebbende voor uitstel van betaling. Deze keuze komt voor zijn rekening. De rechtbank maakt duidelijk dat de keuze voor uitstel van betaling losstaat van de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de aanslag.

Aansprakelijkheid pand- en hypotheekhouders

Aansprakelijkheid pand- en hypotheekhouders

In de Invorderingswet komt een bepaling die de aansprakelijkheid invoert voor pand- en hypotheekhouders en executanten. De aansprakelijkheid betreft de omzetbelasting die verschuldigd is bij de levering van een verpande of verhypothekeerde zaak of van een zaak waarop beslag is gelegd. Door de invoering van de aansprakelijkheid worden deze leveringen materieel hetzelfde behandeld als leveringen die onder de verleggingsregeling in de omzetbelasting vallen. De aansprakelijkheid moet voorkomen dat de Belastingdienst achterblijft met een onverhaalbare omzetbelastingschuld op de ondernemer wiens zaak wordt geleverd.

Pand- of hypotheekhouders mogen zowel binnen als buiten faillissement de zaak namens de schuldenaar verkopen. Executanten kunnen een zaak door een gerechtsdeurwaarder laten verkopen en zich op de opbrengst verhalen. De opbrengst boeken zij af op de openstaande vordering. De opbrengst van een verkochte zaak omvat ook de omzetbelasting. Toepassing van de verleggingsregeling in de omzetbelasting biedt niet in alle gevallen een oplossing. Zo kan de verleggingsregeling niet worden toegepast bij leveringen aan niet-ondernemers of bij leveringen van roerende zaken op grond van een executoriale titel. De invoering van de nieuwe aansprakelijkheid voor pand- en hypotheekhouders en executanten moet dat probleem ondervangen. De aansprakelijkheid neemt de plicht om de omzetbelasting te betalen niet weg van de ondernemer wiens zaken worden geleverd. Pas wanner hij niet betaalt mag de Belastingdienst de pand- of hypotheekhouder of executant aansprakelijk stellen voor het bedrag aan niet-betaalde omzetbelasting.

Aansprakelijkheid bestuurder stichting

Aansprakelijkheid bestuurder stichting

Iedere bestuurder van een rechtspersoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffing die de rechtspersoon verschuldigd is. De aansprakelijkheid geldt niet alleen voor bestuurders van een nv of een bv, maar ook voor bestuurders van een stichting of van een vereniging met rechtspersoonlijkheid. De rechtspersoon moet, zodra duidelijk is dat de loonbelasting niet betaald kan worden, daarvan mededeling doen aan de ontvanger. Als de melding van de betalingsonmacht tijdig is gedaan, is een bestuurder alleen aansprakelijk als het niet betalen van de belasting het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Is door of namens de rechtspersoon geen melding van de betalingsonmacht gedaan of is de melding te laat gedaan, dan is iedere bestuurder aansprakelijk en wordt verondersteld dat de niet betaling te wijten is aan zijn kennelijk onbehoorlijk bestuur. Alleen de bestuurder die aannemelijk weet te maken dat het niet aan hem is te wijten dat de melding van de betalingsonmacht niet of te laat is gedaan, krijgt de mogelijkheid om de veronderstelling te weerleggen.

De bestuurder van een stichting, die geen melding van betalingsonmacht had gedaan, slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het niet melden niet aan hem te wijten was. Als bestuurder had hij zich op de hoogte moeten (laten) stellen van het reilen en zeilen van de stichting en van de financiële positie van de stichting. De bestuurder heeft geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheden om zich adequaat te laten informeren. Door zijn nalatigheid was hij niet in staat om de betalingsonmacht bij de ontvanger te (laten) melden.

Internetconsultatie maatregelen belastingontduiking

Internetconsultatie maatregelen belastingontduiking

Het ministerie van Financiën heeft een internetconsultatie geopend over voorgestelde maatregelen tegen belastingontduiking. De maatregelen zijn gericht op constructies die niet illegaal zijn maar maatschappelijk gezien wel ongewenst. Het gaat om vier invorderingsmaatregelen ter bestrijding van in de praktijk geregeld voorkomende invorderingsconstructies. Twee maatregelen verruimen de mogelijkheden om derden aansprakelijk te stellen. De andere twee maatregelen moeten formele drempels bij de aansprakelijkstelling wegnemen door een nieuwe manier van bekendmaking van een belastingaanslag aan ontbonden rechtspersonen en uitbreiding van de informatieplicht tot vermoedelijk aansprakelijken.

1. Aansprakelijkheid van begunstigden
De voorgestelde maatregel bevat een regeling van aansprakelijkheid van begunstigden van een handeling als voldaan is aan de volgende vereisten:
1) De handeling is onverplicht verricht.
2) De Belastingdienst is door die handeling benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden.
3) De belastingschuldige en de begunstigde hebben wetenschap van de benadeling.

2. Uitbreiding verhaalsmogelijkheden op erfgenamen
Het maximumbedrag waarvoor erfgenamen met betrekking tot belasting- of aansprakelijkheidsschulden van de erflater aansprakelijk zijn wordt verhoogd. De verhoging bestaat uit het bedrag dat de erfgenaam van de erflater heeft verkregen door een schenking die kort voor het overlijden van de erflater is gedaan.

3. Alternatieve wijze van bekendmaking aanslag
Voordat een derde aansprakelijk kan worden gesteld voor een belastingschuld, moet de aanslag waaruit de schuld voortvloeit, rechtsgeldig bekend zijn gemaakt. Is de belastingschuldige een ontbonden en vereffende rechtspersoon, dan moet de rechter de vereffening eerst heropenen voordat de aanslag rechtsgeldig bekend gemaakt kan worden. Bij een rechtspersoon naar buitenlands recht is dit niet altijd mogelijk. Dat is aanleiding om een alternatieve wijze van bekendmaking van een belastingaanslag aan (vermoedelijk) niet meer bestaande rechtspersonen in te voeren. De ontvanger kan de belastingaanslag bekend maken door het aanslagbiljet uit te reiken of te versturen aan het Openbaar Ministerie van de rechtbank waaronder de laatst bekende vestigingsplaats van de rechtspersoon ressorteert of van de rechtbank Den Haag. Een kopie van het aanslagbiljet wordt gepubliceerd in de Staatscourant en uitgereikt aan de laatst bekende bestuurder, aandeelhouder en vereffenaar van de rechtspersoon.

4. Uitbreiding informatieverplichting
De bestaande informatieplicht voor belastingschuldigen en aansprakelijk gestelden gaat ook gelden voor de (vermoedelijk) aansprakelijke die nog niet formeel door de Belastingdienst aansprakelijk is gesteld. In de praktijk is de bestaande informatieplicht niet altijd voldoende om te bepalen of iemand aansprakelijk gesteld kan worden voor een belastingschuld. De voorgestelde uitbreiding van de informatieplicht geldt uitsluitend voor zover de gevraagde informatie van belang kan zijn voor de invordering.

Belangstellenden kunnen reageren op de voorstellen tot en met 28 september 2017 viahttp://www.internetconsultatie.nl/aanpakbelastingontduiking.

Verkopende aandeelhouder deed onvoldoende onderzoek naar koper

Verkopende aandeelhouder deed onvoldoende onderzoek naar koper

De Invorderingswet kent een aansprakelijkheid voor aandeelhouders van een bv of nv voor door de vennootschap verschuldigde vennootschapsbelasting na verkoop van de aandelen. Voor die aansprakelijkheid moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Het aandelenbelang moet ten minste één derde gedeelte van het geplaatste kapitaal omvatten en de bezittingen van de bv moeten in belangrijke mate bestaan uit beleggingen. Verder moet het vermogen van de bv door andere oorzaken dan de normale bedrijfsvoering zijn verminderd in een periode van vijf jaar voor tot drie jaar na het jaar van de verkoop van de aandelen. De aansprakelijkheid betreft de vennootschapsbelasting die betrekking heeft op de ten tijde van de vervreemding van de aandelen aanwezige stille en fiscale reserves.

De aandeelhouder, die kan bewijzen dat het niet aan hem is te wijten dat het vermogen van de vennootschap ontoereikend is om de vennootschapsbelasting te betalen, is niet aansprakelijk. Om dat bewijs te kunnen leveren moet de verkopende aandeelhouder een gedegen onderzoek doen naar de financiële gegoedheid van de koper en ervoor zorgen dat de vennootschapsbelastingclaim kan worden betaald. Dat kan door een bankgarantie te vragen of door een bedrag te storten op de derdengeldrekening van de notaris die betrokken is bij de overdracht. In de praktijk gaat het op die punten nogal eens mis. Ter illustratie de volgende casus.

Ter onderbouwing van de stelling dat de vermogensvermindering van een verkochte bv niet aan haar te wijten was, verwees de verkopende aandeelhouder naar de onafhankelijke deskundigen die zij had geraadpleegd bij deze transactie. Er was onderzoek gedaan naar de koper. De akte van overdracht bevatte enkele garanties van de koper en de liquide middelen van de verkochte bv, in totaal € 847.000, waren op de derdengeldrekening van de notaris gestort. Het hof vond dit niet voldoende om de aansprakelijkheid op te heffen. De verkoper wist of had moeten weten dat de koper door buiten de normale bedrijfsvoering liggende handelingen verhaal door de ontvanger onmogelijk zou maken. Er was een afspraak gemaakt dat de helft van de liquide middelen van de bv aan de verkoper zou worden betaald en dus aan de bv zou worden onthouden. De financiële gegevens van de koper waren pas na de overdracht aan de verkoper verstrekt. Een goed beeld van de financiële situatie van de koper ontbrak ten tijde van de verkoop en de overdracht van de aandelen. Garanties ten behoeve van de ontvanger waren niet verstrekt. De kopende partij had in een notitie uiteengezet wat het doel was van de overname en hoe de constructie werkte. De verkoper had dat voorstel gevolgd zonder onderzoek te doen naar onderliggende contracten en financiële gegevens. De verkoper heeft haar zorgplicht als aandeelhouder van de bv verzaakt.

Wel of geen betalingskenmerk meegeven?

Wel of geen betalingskenmerk meegeven?

De Belastingdienst vraagt bij betaling om de vermelding van een betalingskenmerk. Betalingen met een onjuist kenmerk worden teruggestort. Betaling met een onjuist kenmerk kan leiden tot het opleggen van een naheffingsaanslag wegens te late betaling. Hof Amsterdam heeft in 2008 geoordeeld dat de Belastingdienst, gezien de omvang van het betalingsverkeer en de automatische verwerking daarvan, mag eisen dat een betalingskenmerk wordt vermeld. Naheffing is dan terecht wanneer geen of een onjuist kenmerk wordt vermeld, aldus het hof. De Hoge Raad heeft deze uitspraak vernietigd. Volgens de Hoge Raad is de verschuldigde belasting door overmaking betaald. Voor naheffing bestaat dan geen aanleiding.

De rechtbank Gelderland neemt aan dat dit arrest van de Hoge Raad berust op uitleg van bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek. Daarin is bepaald dat girale betaling plaatsvindt op het moment waarop het geld op de rekening van de schuldeiser wordt bijgeschreven.
Anders dan de Hoge Raad vindt de rechtbank dat de gewoonte en de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat een betaling aan de Belastingdienst moet worden gedaan onder vermelding van het juiste betalingskenmerk. Een betaling zonder het juiste kenmerk wordt direct teruggestort omdat niet traceerbaar is waarop deze betrekking heeft. Volgens de rechtbank heeft een schuldeiser de mogelijkheid om girale betaling uit te sluiten. De schuldeiser kan ook een bepaalde rekening aanwijzen met uitsluiting van andere rekeningen. Dan is het volgens de rechtbank ook mogelijk dat de schuldeiser, in dit geval de Belastingdienst, alleen girale betaling accepteert als het juiste kenmerk is vermeld.