Alle berichten in Inkomstenbelasting

Toepassing reisaftrek

Toepassing reisaftrek

Wie in loondienst werkzaam is, heeft recht op reisaftrek als hij zijn woon-werkverkeer met openbaar vervoer aflegt. De met openbaar vervoer afgelegde afstand enkele reis tussen woning en plaats van werkzaamheden moet meer dan 10 kilometer bedragen om recht te hebben op de reisaftrek.

Een belastingplichtige vond het niet toekennen van de reisaftrek een vorm van niet toegestane discriminatie, omdat hij door zijn werktijden geen gebruik kon maken van het openbaar vervoer. Daardoor was hij gedwongen om met de auto naar zijn werk te gaan. Er is niet snel sprake van discriminatie. De wetgever heeft op fiscaal gebied een ruime beoordelingsvrijheid bij het beantwoorden van de vraag of gevallen gelijk zijn en of er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om gelijke gevallen toch verschillend te regelen. Zolang het niet gaat om onderscheid op basis van aangeboren kenmerken van een persoon moet het oordeel van de wetgever worden geaccepteerd, tenzij dat oordeel niet op een redelijke grond berust.

De wetgever heeft met de reisaftrek het woon-werkverkeer per auto terug willen dringen en het reizen met openbaar vervoer willen stimuleren. Daarom is de reisaftrek alleen van toepassing op regelmatig woon-werkverkeer, waarbij de reisafstand geheel of gedeeltelijk per openbaar vervoer is afgelegd. Deze keuze van de wetgever is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet onredelijk en moet daarom gerespecteerd worden.

More

Gastouder kan ondernemer zijn

Gastouder kan ondernemer zijn

Winst uit onderneming is het totale bedrag van de voordelen die iemand verkrijgt uit een onderneming. Of sprake is van een onderneming hangt af van de duurzaamheid en omvang van de werkzaamheden, de grootte van de brutobaten, de winstverwachting, het lopen van ondernemersrisico, de beschikbare tijd, de bekendheid die naar buiten aan de activiteit wordt gegeven, het aantal opdrachtgevers en de omvang van de investeringen.

Hof Den Haag merkte de activiteiten van een gastouder aan als onderneming. De gastouder was met haar activiteiten in 2007 begonnen. Via drie geregistreerde gastouderbureaus sloot de gastouder overeenkomsten met ouders. Zij verrichtte haar activiteiten op meerdere dagen per week en ving zes tot zeven kinderen op van drie tot vier ouderparen. Aan de eisen van duurzaamheid, omvang, beschikbare tijd en het aantal opdrachtgevers was voldaan. Ten aanzien van de omvang van de brutobaten en de winstverwachting nam het hof de stijging in de jaren 2013 tot en met 2015 mede in aanmerking. Het hof vond het lopen van ondernemersrisico aannemelijk. De gastouder liep debiteurenrisico en inkomensrisico. De gastouder was verder aansprakelijk voor eventuele schade die ontstond tijdens de door haar verzorgde opvang. Om haar bekendheid naar buiten te vergroten maakte de gastouder gebruik van een eigen website, een facebookpagina, visitekaartjes en mond-tot-mondreclame. De beperkte omvang van de investeringen vond het hof inherent aan de aard van de activiteiten, die plaatsvonden op het woonadres van de gastouder.

More

Geen verlenging restschuldregeling

Geen verlenging restschuldregeling

In 2013 stond 36% van de koophuizen in Nederland onder water. Dat wil zeggen dat de hypotheekschuld hoger was dan de waarde van de woning op dat moment. Eind 2016 was dit afgenomen tot bijna 18%. De verwachting is dat dit percentage zal dalen als gevolg van stijgende huizenprijzen en van maatregelen die zijn genomen op de woningmarkt. Ook de omvang van restschulden zal dalen.

Een van de maatregelen, die destijds is getroffen ter bestrijding van de gevolgen van de financiële crisis, is de restschuldregeling. Deze maatregel loopt op 31 december 2017 af. De restschuldregeling houdt in dat de rente over de na verkoop van een eigen woning resterende schuld in aftrek kan worden gebracht gedurende maximaal 15 jaar. De regeling had verbetering van de doorstroming op de woningmarkt als doel.

De staatssecretaris van Financiën verwacht dat het aantal huizen dat onder water staat eind 2017 weer op het niveau van voor de crisis zal zijn. Daarom is hij niet van plan om de restschuldregeling te verlengen.

More

Vervolgonderzoek aanpassing heffing in box 3

Vervolgonderzoek aanpassing heffing in box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft een vervolgonderzoek uit laten voeren naar de mogelijkheden voor belastingheffing in box 3 op basis van het werkelijk behaalde rendement. In het vervolgonderzoek is ook gekeken naar mogelijke aanpassingen om binnen het huidige forfaitaire systeem te komen tot een heffing die beter aansluit bij de werkelijk behaalde rendementen. Het rapport van dit nadere onderzoek is nu aan de Tweede Kamer aangeboden.

Belangrijkste conclusie onderzoek
De belangrijkste conclusie van het vervolgonderzoek is dat de in het eerdere rapport beschreven varianten voor burgers, financiële instellingen en de Belastingdienst qua uitvoering structureel problematisch zijn. Deze varianten zijn een vermogensaanwasbelasting, een vermogenswinstbelasting en een forfaitaire heffing over de individuele vermogensmix. Een vermogensaanwasbelasting en een vermogenswinstbelasting sluiten voor inkomen uit spaartegoeden en beleggingsproducten aan bij de werkelijke rendementen. Het verschil tussen beide varianten is het moment waarop belasting wordt geheven. Bij een vermogensaanwasbelasting worden de vermogensmutaties jaarlijks in de heffing betrokken. Bij een vermogenswinstbelasting worden de vermogensmutaties belast op het moment van realisatie. Langdurig uitstel van belastingheffing is in deze laatste optie mogelijk. Dat kan leiden tot sterk wisselende belastingopbrengsten. Een vermogensaanwasbelasting voorkomt uitstel van belastingheffing, maar leidt tot wisselende belastinginkomsten, doordat waardemutaties direct doorwerken in de heffing.

Haalbare variant
De meest haalbare variant lijkt een aangepaste versie van de huidige forfaitaire regeling. Aanpassingen van rendementspercentages, de gewichten van sparen en beleggen in de vermogensmix per vermogensschijf, de lengte van de vermogensschijven, het heffingvrije vermogen en het proportionele tarief zijn relatief eenvoudig aan te brengen. Op die manier wordt beter aangesloten bij het werkelijke rendement. Dergelijke wijzigingen kunnen op korte termijn worden doorgevoerd. Kleine spaarders kunnen worden ontzien door:

  • het heffingvrije vermogen te verhogen;
  • het forfaitair rendement sneller te laten aansluiten op de actuele rendementen;
  • in de eerste vermogensschijf alleen het spaarrendement in aanmerking te nemen.

Het aanpassen binnen het huidige systeem zou door opname in het Belastingplan 2018 per 1 januari 2018 al kunnen gebeuren.

Kabinetsreactie
De staatssecretaris onthoudt zich van inhoudelijk commentaar op het rapport. De keuze voor een heffing in box 3, die beter aansluit bij de werkelijk behaalde rendementen, moet door een nieuw kabinet gemaakt worden.

More

Kosten keuring onderdeel scholingskosten

Kosten keuring onderdeel scholingskosten

De kosten voor een opleiding die iemand volgt met het oog op het verwerven van inkomen zijn aftrekbaar voor zover ze meer bedragen dan de niet aftrekbare drempel van € 500.

Een piloot maakte kosten om zijn vliegbrevet te behouden. Onderdeel daarvan was een bedrag van € 229 voor een medische keuring. Aanvankelijk weigerde de inspecteur aftrek van de gemaakte kosten. In beroep stond de rechtbank aftrek wel toe. De inspecteur bestreed in hoger beroep de aftrek van de keuringskosten als scholingskosten. Volgens de inspecteur staan de kosten van de keuring in een te ver verwijderd verband met de opleiding om ze als scholingskosten in aftrek te kunnen brengen.
Hof Arnhem-Leeuwarden deelt de opvatting van de rechtbank. Het is niet mogelijk om het lesprogramma ter behoud van het vliegbrevet te volgen zonder medische keuring. Dat betekent dat de kosten van de keuring in een rechtstreeks verband staan met de gevolgde opleiding. De omstandigheid dat piloten jaarlijks in het kader van hun beroep en dus los van een opleiding medisch dienen te worden gekeurd, doet daar niet aan af.

More

Kamervragen verplichte hypotheekrenteaftrek

Kamervragen verplichte hypotheekrenteaftrek

De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de verplichte hypotheekrenteaftrek beantwoord. De staatssecretaris bevestigt dat het mogelijk is dat iemand per saldo inkomstenbelasting moet betalen over de eigen woning door de beperking van de hypotheekrenteaftrek in de hoogste tariefschijf. De bijtelling voor de eigen woning is in dergelijke situatie tegen het normale tarief belast, terwijl de aftrek van hypotheekrente tegen een lager tarief plaatsvindt. Het effect van deze tariefmaatregel wordt vooral duidelijk wanneer tegelijk een andere maatregel van toepassing is. Deze andere maatregel voorkomt een bijtelling bij het inkomen wanneer het eigenwoningforfait hoger is dan de betaalde hypotheekrente. Volgens de staatssecretaris was dit effect bij de invoering van de tariefmaatregel al duidelijk. Er is destijds een amendement ingediend om dit te voorkomen, maar dat amendement is niet aangenomen.

Bij de behandeling van de tariefmaatregel in de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris geschreven dat belastingplichtigen ervoor kunnen kiezen om de kosten van de eigen woning vanaf 2014 niet in box 1 in aftrek te brengen. Volgens de staatssecretaris wordt die opmerking ten onrechte opgevat als een keuzemogelijkheid voor belastingplichtigen om betaalde hypotheekrente al dan niet in aftrek te brengen. Die keuze is er niet, al is er wel een keuze om de schuld niet in box 1 maar in box 3 te laten vallen. Wanneer de schuld in box 3 valt, is de rente niet aftrekbaar in box 1. Een schuld gaat naar box 3 wanneer deze niet voldoet aan de voorwaarden voor een eigenwoningschuld. De staatssecretaris wijst erop dat de wettelijke systematiek onveranderd is en dat het beleid van het ministerie ook niet is gewijzigd. Iedere belastingplichtige is verplicht om zijn aangifte juist en volledig in te vullen. Dit geldt ook voor aftrekposten. Het niet opnemen van een aftrekpost in een aangifte zal niet snel leiden tot het opleggen van een boete, omdat er meestal geen heffingsbelang is voor de Belastingdienst is. Bij de eigen woning kan per saldo wel sprake zijn van een heffingsbelang.

Op de vraag of hij zelf alle regels rondom de hypotheekrenteaftrek begrijpt, antwoordt de staatssecretaris dat de regels complex zijn. Voor een gedetailleerd uitgeschreven uiteenzetting verwijst de staatssecretaris naar de tekst van de Wet IB 2001.

More

Nettoloon in rekening-courant

Nettoloon in rekening-courant

Loon wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop het is ontvangen, verrekend, ter beschikking gesteld, rentedragend of vorderbaar en inbaar is geworden. Het verrekenen van het nettoloon in een rekening-courantverhouding tussen een bv en haar dga is volgens de rechtbank een vorm van genieten van het loon. Bepalend daarvoor vond de rechtbank dat over de rekening-courantschuld rente is berekend, die in de aangiften IB en Vpb is begrepen, en dat de ingehouden loonheffingen zijn afgedragen.

In de aangiften inkomstenbelasting voor de jaren 2013 en 2014 van een dga waren bedragen aan loon opgenomen. Het loon was afkomstig van de bv. De aangiften bevatten ook bedragen aan ingehouden loonheffingen. Nadat de aanslagen waren opgelegd in overeenstemming met de ingediende aangiften, maakte de dga daartegen bezwaar. De bezwaren zijn door de inspecteur afgewezen. Volgens de rechtbank heeft de dga door de omzetting van het loon in een rekening-courantvordering de beschikkingsmacht over het nettoloon gekregen. Daarmee heeft de dga het nettoloon genoten. Volgens de rechtbank is de inspecteur terecht uitgegaan van het in rekening-courant verwerkte bedrag aan loon. De dga heeft niet aannemelijk gemaakt dat het loon ten tijde van de omzetting een lagere waarde had of dat de rekening-courant vordering een lager waarde had dan in de jaarrekeningen en in de aangiften was opgenomen.

More

Beperking aftrek zorgkosten toegestaan

Beperking aftrek zorgkosten toegestaan

De aftrekbaarheid in de inkomstenbelasting van zorgkosten is strikt geregeld. Zo geldt voor de aftrek van extra uitgaven voor kleding en beddengoed wegens langdurige ziekte vaste gemaximeerde bedragen van € 300 of € 750, mits aan de voorwaarden is voldaan. Deze bedragen zijn opgenomen in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde vorig jaar dat deze beperking onbevoegd was aangebracht, en daarom niet mocht worden toegepast. De Hoge Raad oordeelt anders.

Volgens de Hoge Raad is bij deze beperking de door de wetgever aan de minister van Financiën gedelegeerde bevoegdheid niet overschreden. Hof Arnhem-Leeuwarden had eerder geoordeeld dat dit wel het geval was. Volgens het hof was de Uitvoeringsregeling onverbindend voor zover daarin een beperking aan de aftrekbaarheid wordt gesteld. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever de ministeriële regelgever de bevoegdheid heeft gegeven om de omvang van de aftrek voor extra uitgaven voor kleding en beddengoed te regelen. Dat betekent dat de minister de bevoegdheid heeft gekregen om het bedrag van de extra kosten te normeren. Onder de werking van de Wet IB 1964 gold een vergelijkbare regeling voor de aftrek van extra kosten van kleding en beddengoed. De wetgever heeft deze regeling inhoudelijk voort willen zetten.

Gevolg voor de praktijk
Voor de praktijk betekent dit dat, ongeacht de hoogte van de werkelijke extra uitgaven voor kleding en beddengoed, de aftrek beperkt is tot de gemaximeerde bedragen.

More

Verkapte winstuitdeling

Verkapte winstuitdeling

De voordelen die een aandeelhouder haalt uit aandelen die een aanmerkelijk belang vormen, worden belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Verkapte winstuitdelingen worden tot de voordelen uit aanmerkelijke belang gerekend. Een verkapte winstuitdeling is de bevoordeling van een aandeelhouder ten laste van de vennootschap waarvan hij aandeelhouder is. De vennootschap en de aandeelhouder moeten zich van de bevoordeling bewust zijn geweest. De bewijslast voor een verkapte winstuitdeling ligt bij de inspecteur.

De verkoop van een onroerende zaak door een bv aan haar beide aandeelhouders vond plaats voor een prijs waarover in april 2002 met de Belastingdienst overeenstemming was bereikt. De transactie vond plaats op 30 december 2005. Gezien de marktontwikkeling in deze periode was te verwachten dat de waarde van de onroerende zaak was gestegen. De rechtbank betrok de WOZ-waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2005 in de beoordeling. Deze waarde vormde een concrete aanwijzing dat de in 2002 overeengekomen waarde niet meer actueel was. De rechtbank vond aannemelijk dat de aandeelhouders zich bewust waren van de bevoordeling ten laste van de bv. Omdat de aandeelhouders ook bestuurder waren van de bv was aannemelijk dat ook de bv zich van de bevoordeling bewust moet zijn geweest.

Tijdens de procedure kwam aan de orde of het verschil tussen de koopprijs en de waarde in het economische verkeer als schuld in rekening-courant aan de bv kon worden aangemerkt in plaats van als winstuitdeling. Daartoe zou al bij de koop moeten zijn overeengekomen dat een eventuele meerwaarde in rekening-courant zou worden verwerkt. Het bestaan van een dergelijke overeenkomst is tijdens de procedure op geen enkele wijze onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank was sprake van een winstuitdeling.

More

Leeftijdsgrens aftrek scholingskosten

Leeftijdsgrens aftrek scholingskosten

De uitgaven voor een opleiding of studie, die wordt gevolgd met de bedoeling om inkomen uit werk en woning te verwerven, zijn onder voorwaarden aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Om aan aftrek toe te komen moet het gezamenlijke bedrag van de uitgaven hoger zijn dan € 250. De aftrek is begrensd op een bedrag van € 15.000. Voor belastingplichtigen die jonger zijn dan 30 jaar geldt gedurende een periode van vijf jaar geen maximum aan de aftrek. In deze periode moet de belastingplichtige zijn tijd grotendeels besteden aan de studie, terwijl de studielast zodanig moet zijn dat daarnaast geen volledige baan mogelijk is. Over de vraag of deze regeling een vorm van leeftijdsdiscriminatie inhoudt, is onlangs een procedure gevoerd.

Het Hof van Justitie EU heeft daarover gezegd dat de regeling is toegestaan omdat deze is bedoeld om de positie van jongeren op de arbeidsmarkt te versterken. Dat is een legitiem doel. De middelen om dat doel te bereiken moeten passend en noodzakelijk zijn. De Hoge Raad heeft na het arrest van het Hof van Justitie EU de procedure voortgezet. Bij de beoordeling of de ingezette middelen passend en noodzakelijk zijn om het doel van de regeling te bereiken heeft de wetgever een ruime beoordelingsmarge. De Hoge Raad is van oordeel dat deze marge door de regeling niet wordt overschreden. De beperking van de volledige aftrek tot personen die jonger zijn dan 30 jaar gaat niet verder dan nodig is voor de versterking van de positie van jongeren in het arbeidsproces. Personen die 30 jaar of ouder zijn hebben vaak al de gelegenheid gehad om een opleiding te volgen en verkeren meestal in een betere financiële positie dan schoolverlaters.

De procedure betrof iemand die op zijn 32e begon aan een opleiding tot verkeersvlieger. Hij bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting een bedrag van ruim € 21.500 aan scholingsuitgaven in aftrek. Zijn inkomen in dat jaar bedroeg nihil, waardoor persoonsgebonden aftrekposten als de scholingsuitgaven niet in aanmerking konden worden genomen. In afwijking van de aangifte accepteerde de inspecteur het maximaal aftrekbare bedrag aan scholingsuitgaven van € 15.000. Dat bedrag verwerkte de inspecteur in een beschikking “niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek”. Volgens de student was de beperking van de aftrek van scholingskosten gebaseerd op een verboden onderscheid naar leeftijd. De Hoge Raad oordeelt dat het onderscheid naar leeftijd in dit geval is toegestaan.

More