Alle berichten in Inkomstenbelasting

Belastingdienst schrijft klanten Zwitserse bank aan

Belastingdienst schrijft klanten Zwitserse bank aan

Het aanhouden van spaartegoeden in het buitenland is lange tijd niet ongebruikelijk geweest, zeker in de tijd dat rente in Nederland progressief werd belast. België, Luxemburg en Zwitserland waren populaire bestemmingen voor landgenoten die hun geld buiten het zicht van de Belastingdienst wilden houden. Door de structurele uitwisseling van gegevens met buitenlandse overheden is de kans dat de Belastingdienst verborgen buitenlands vermogen op het spoor komt steeds groter. Ook de opheffing van het bankgeheim in diverse landen speelt een belangrijke rol.

De Belastingdienst heeft onlangs een aantal Nederlandse rekeninghouders van een Zwitserse bank aangeschreven. Zij worden gevraagd om hun buitenlandse vermogen op te geven in de aangifte inkomstenbelasting 2016 en om eerdere aangiften zo nodig te verbeteren. Omdat de Belastingdienst hen al op het spoor is, komen de betrokkenen niet in aanmerking voor een verlaagde boete wegens vrijwillige verbetering.

More

Belastbaarheid uitkeringen letselschadeverzekering

Belastbaarheid uitkeringen letselschadeverzekering

Ontvangen letselschade-uitkeringen vormen vermogen, dat belast is in box 3, voor zover het totale vermogen op 1 januari van het jaar het heffingvrije vermogen van € 25.000 overschrijdt. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft, mede namens de staatssecretaris van Financiën, Kamervragen over de fiscale positie van dergelijke verzekeringsuitkeringen beantwoord.

In zijn antwoord maakt de staatssecretaris duidelijk dat voor de berekening van eigen bijdragen voor de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 het verzamelinkomen van belang is. Het verzamelinkomen bestaat uit het inkomen uit werk en woning (box 1), het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3). De wetgever heeft een bewuste keuze gemaakt voor het fiscale inkomensbegrip als grondslag voor de eigen bijdragen om de inkomensafhankelijke regelingen te harmoniseren. Per 1 januari 2013 is voor de berekening van de eigen bijdragen een vermogensinkomensbijtelling van 8% ingevoerd. Deze bijtelling gaat uit van de grondslag sparen en beleggen in box 3 van de inkomstenbelasting. De invoering van de vermogensinkomensbijtelling moet ertoe leiden dat de eigen bijdragen in de langdurige zorg meer in overeenstemming zijn met de werkelijke draagkracht dan wanneer alleen met het inkomen uit arbeid of vroegere arbeid rekening wordt gehouden. De uitkering uit een letselschadeverzekering is onderdeel van de draagkracht. Er wordt verondersteld dat bij de vaststelling van de omvang van de schadevergoeding rekening is of wordt gehouden met de gevolgen van de vermogensinkomensbijtelling.

Voor de vermogenstoets voor de toeslagen geldt een uitzondering voor vergoedingen voor immateriële schade en voor letselschadevergoedingen waarvan de hoogte is vastgelegd vóór 11 oktober 2010. Dat is de datum waarop in het regeerakkoord is besloten tot de invoering van de vermogensinkomensbijtelling per 1 januari 2013. De staatssecretaris is in overleg met instellingen als Slachtofferhulp Nederland om knelpunten bij de doorwerking van letselschadevergoedingen op het vermogen te inventariseren.

More

Forfaitaire rendementen box 3 voor 2018 en 2019

Forfaitaire rendementen box 3 voor 2018 en 2019

In een brief aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën een prognose gegeven van de forfaitaire rendementen in box 3 voor de jaren 2018 en 2019.

Het forfaitaire rendement voor het jaar 2018 wordt gebaseerd op de gegevens van 2016. Deze gegevens zijn inmiddels bekend. De spaarrente bedroeg in 2016 0,56%, het aandelenrendement 7,90%, het rendement op obligaties 0,29% en de huizenprijsontwikkeling was 5,08%. Het forfaitaire rendement voor 2018 komt daarmee voor sparen uit op 1,30% en voor beleggen op 5,38%.

Voor de bepaling van het forfaitaire rendement voor het jaar 2019 zijn de rendementen van 2017 van belang. Meer dan een prognose kan op dit moment niet worden gegeven. Op basis van ramingen van het CPB voor de huizenprijsontwikkeling en de kapitaalmarktrente en het in het Belastingplan 2016 vermelde geprognotiseerde langetermijnrendement op aandelen van 8,25% komt het geschatte forfaitaire rendement voor 2019 voor sparen uit op 0,89% en voor beleggen op 5,33%.

Omdat de jaarlijkse bijstelling van het forfaitaire rendement in box 3 voor het volgende belastingjaar al vroeg in het jaar kan worden vastgesteld is de staatssecretaris van plan om de Tweede Kamer voortaan in het voorjaar daarover te informeren.

More

Nieuwsbrief april 2017

De nieuwsbrief van april 2017 staat online, wij verwijzen u graag naar de bijlage: 2017-04 nieuwsbrief Drechtsteden Accountants en Adviseurs

In deze nieuwsbrief kunt u o.a. lezen over:

  • einde pensioen in eigen beheer
  • gebruik camerabeelden door de Belastingdienst
  • overbruggingsregeling transitievergoeding

Wij wensen u veel leesplezier en alvast hele fijne paasdagen.

 

More

Middelingsverzoek te laat ingediend

Middelingsverzoek te laat ingediend

De middelingsregeling is bedoeld als tegemoetkoming voor het progressienadeel dat optreedt bij sterk wisselende inkomens. Deze regeling houdt in dat de inkomens uit werk en woning (box 1) over drie aaneengesloten kalenderjaren worden samengeteld en gedeeld door drie. Aan de hand van het gemiddelde inkomen wordt vervolgens de belasting per jaar berekend. Als het verschil tussen de geheven inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen en de berekende inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over de gemiddelde inkomens meer dan € 545 bedraagt, wordt het meerdere op verzoek teruggegeven. Kalenderjaren die eenmaal in een middeling zijn betrokken kunnen niet in een ander middelingsverzoek worden betrokken, tenzij de eerdere middelingsteruggaaf ongedaan is gemaakt.

Een verzoek om toepassing van de middelingsregeling moet binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag over de drie kalenderjaren van het middelingstijdvak definitief vaststaat worden ingediend. Wanneer de aanslag over een jaar van het middelingstijdvak wordt verminderd door verrekening van een verlies uit een ander jaar, dan kan een verzoek om toepassing van de middelingsregeling ook nog worden gedaan binnen twee maanden na het tijdstip waarop de beschikking van verliesverrekening onherroepelijk is geworden. Als het verzoek later wordt ingediend hoeft de Belastingdienst het verzoek niet in behandeling te nemen.

Procedure
Onlangs heeft Hof Amsterdam geoordeeld in een procedure over een verzoek om toepassing van de middelingsregeling. Volgens het hof heeft de Belastingdienst in dit geval het verzoek terecht niet ontvankelijk verklaard. Het ging om een verzoek om middeling over de jaren 2005 tot en met 2007. Op het moment van indienen van het verzoek stonden de definitieve aanslagen over de betreffende jaren al meer dan drie jaar vast. Door verrekening van een verlies uit een later jaar werd de aanslag 2007 verminderd. Het middelingsverzoek had binnen zes weken nadat de verliesverrekeningsbeschikking onherroepelijk was geworden moeten zijn ingediend. De uiterste datum voor de indiening was 30 oktober 2014, maar het verzoek werd pas op 19 november 2014 door de Belastingdienst ontvangen. Een sluitende verklaring voor de te late indiening van het verzoek had de indiener niet. Daarom zag het hof geen aanleiding om de Belastingdienst op te dragen het verzoek in behandeling te nemen.

More

Hypotheekschuld dubbel verwerkt in aangifte

Hypotheekschuld dubbel verwerkt in aangifte

De Belastingdienst heeft de bevoegdheid om te weinig geheven belasting te corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. Om van die bevoegdheid gebruik te mogen maken moet de Belastingdienst wel beschikken over een nieuw feit. Dat is een feit dat de Belastingdienst ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was en ook niet bekend hoefde te zijn.

Iemand met een eigenwoningschuld van € 650.000 verwerkte deze schuld in de aangiften inkomstenbelasting niet alleen in box 1 bij de inkomsten uit eigen woning, maar ook in box 3. De inspecteur volgde de aangiften. Enkele jaren later kwam de inspecteur erachter dat dezelfde schuld tweemaal in de aangiften was opgenomen en legde hij navorderingsaanslagen op. De rechtbank vond dat de inspecteur in een van de betreffende jaren een nader onderzoek had moeten instellen. In de aangifte over dat jaar was bij beide schuldbedragen hetzelfde bedrag en hetzelfde rekeningnummer vermeld. Dat had de inspecteur aan de juistheid van deze gegevens moeten laten twijfelen. In hoger beroep voerde de inspecteur aan dat gezien de WOZ-waarde van de woning het niet onwaarschijnlijk was dat er twee hypotheekschulden waren, waarvan er een niet voor de eigen woning was besteed en daarom in box 3 was opgenomen. Het hof deelde de opvatting van de inspecteur en oordeelde dat de inspecteur beschikte over een nieuw feit. Navordering was over alle jaren toegestaan.

More

Verhuur studentenkamers

Verhuur studentenkamers

Levert de verhuur van studentenkamers belastbaar inkomen in box 1 of in box 3 op? Als de opbrengsten in box 1 vallen, gaat het dan om winst uit onderneming of om van resultaat uit overige werkzaamheden? Deze vragen zijn onlangs aan het gerechtshof voorgelegd. Bij de verhuur van onroerende zaken wordt de grens tussen vermogensbeheer en onderneming gevormd door de omvang van de persoonlijk verrichte arbeid en het daarmee behaalde rendement. Er is pas sprake van een onderneming als meer arbeid wordt verricht dan bij normaal vermogensbeheer gebruikelijk is en het daarmee behaalde rendement hoger ligt.

Procedure
De procedure betrof iemand die in 25 jaar tijd in totaal 23 panden heeft aangekocht, die hij gebruikt voor kamerverhuur. Het beheer van de panden is aanvankelijk gedeeltelijk en later geheel uitbesteed aan een externe partij. De eigenaar geeft de opbrengsten van de panden aan in box 3. Daarnaast beheert de eigenaar enkele panden voor een derde, waarvoor hij een wisselende vergoeding ontvangt. Deze vergoeding verantwoordt hij als resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur is van mening dat sprake is van winst uit onderneming. Bij het vaststellen van de aanslagen over 2010 en 2011 is de inspecteur afgeweken van de aangiften. Over de jaren 2007 tot en met 2009 heeft de inspecteur navorderingsaanslagen opgelegd.

Onderneming
Een onderneming is een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, die deelneemt aan het maatschappelijke productieproces om daarmee winst te behalen. In dit geval moest de inspecteur aannemelijk maken dat de exploitant van de panden meer arbeid verrichtte in het kader van de verhuur dan gebruikelijk en dat het behaalde rendement hoger lag. Daar slaagde de inspecteur niet in. De door de inspecteur aangevoerde activiteiten als het innen van de huur, het regelen van nieuwe huurders, het opstellen van huurcontracten, het uitvoeren van inspecties na afloop van het huurcontract en het voeren van de administratie zijn werkzaamheden die passen bij normaal vermogensbeheer. De voor het beheer van de panden betaalde vergoeding van € 7.200 was in verhouding tot het aantal panden bescheiden. De navorderingsaanslagen over de jaren 2007 tot en met 2009 moeten volgens het hof worden vernietigd. De aanslagen voor de jaren 2010 en 2011 moeten overeenkomstig de ingediende aangiften worden vastgesteld.

More

Aftrek hypotheekrente niet-ingezetene naar rato van inkomen

Aftrek hypotheekrente niet-ingezetene naar rato van inkomen

Onlangs heeft het Hof van Justitie EU uitspraak gedaan op vragen van de Hoge Raad over de aftrek van hypotheekrente door iemand die niet in Nederland woont, maar wel inkomen heeft uit Nederland en geen inkomen in het woonland.

Uitbreiding mogelijkheden voor aftrek
Door het arrest van het Hof van Justitie EU in de zaak Schumacker uit 1995 konden niet-ingezetenen persoonlijke aftrekposten al in de werkstaat claimen als zij daar 90% of meer van het gezinsinkomen verdienen. Het Hof van Justitie EU heeft de mogelijkheid om aftrekposten te benutten voor niet-ingezetenen nu uitgebreid door te bepalen dat voldoende is dat 90% of meer buiten de woonstaat wordt verdiend. Als aan deze voorwaarde is voldaan, is aftrek in de werkstaat mogelijk. De aftrek gebeurt naar rato van het aandeel van het inkomen dat in een werkstaat wordt verdiend.

Procedure
De uitspraak van het Hof van Justitie EU is gewezen in de situatie van een in Spanje wonende Nederlander. Deze persoon was dga van twee bv’s. Een bv was gevestigd in Nederland; de andere in Zwitserland. De dga verdiende 60% van zijn inkomen bij de Nederlandse bv en 40% bij de Zwitserse bv. In Spanje had hij een eigen woning. De betaalde hypotheekrente kon hij daar niet in aftrek brengen. Volgens het Hof van Justitie EU heeft de dga in Nederland recht op aftrek van 60% van de betaalde hypotheekrente. Dit percentage komt overeen met het deel van het inkomen waarover Nederland heffingsbevoegdheid heeft. Volgens het Hof van Justitie EU is voor de omvang van het recht op aftrek niet van belang of de niet-ingezetene een deel van zijn inkomen ontvangt uit een land dat geen deel uitmaakt van de EU.

More

Tijdklemmen kapitaalverzekeringen vervallen per 1 april 2017

Tijdklemmen kapitaalverzekeringen vervallen per 1 april 2017

De uitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) is vrijgesteld van inkomstenbelasting wanneer aan een aantal voorwaarden is voldaan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een lage en een hoge vrijstelling. Voor de lage vrijstelling geldt dat ten minste 15 jaar jaarlijks premie moet zijn betaald. Voor de hoge vrijstelling moet ten minste 20 jaar premie zijn betaald. De jaarpremies mogen de verhouding 1:10 niet overschrijden en de uitkering moet worden gebruikt voor aflossing van de eigenwoningschuld. Deze regeling geldt niet alleen voor de KEW, maar ook voor de spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW).

Vervallen tijdklemmen
In een aantal situaties hoeft niet voldaan te zijn aan de duur van premiebetaling om toch een vrijgestelde uitkering te ontvangen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017 heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen om de voorwaarde van de duur van premiebetaling, de zogenoemde tijdklemmen, te laten vervallen. Over de gevolgen daarvan is overleg gevoerd tussen het Ministerie van Financiën, De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten en het Verbond van Verzekeraars. Dat heeft ertoe geleid dat de staatssecretaris van plan is via een koninklijk besluit de tijdklemmen af te schaffen per 1 april 2017.

In veel gevallen is het overigens niet gunstig om een KEW, SEW of BEW voortijdig te beëindigen, omdat de kosten aan het begin van de looptijd vallen en de opbouw van vermogen en het rendement pas na de eerste jaren plaatsvindt.

Overige kapitaalverzekeringen
In het verleden (voor de invoering van de Wet IB 2001) golden de tijdklemmen ook voor andere kapitaalverzekeringen dan de KEW. Dergelijke verzekeringen kunnen nog steeds bestaan. Ook voor deze verzekeringen kunnen de tijdklemmen vervallen. Omdat het eerder genoemde amendement geen betrekking heeft op deze kapitaalverzekeringen zal dit in een beleidsbesluit van de staatssecretaris worden geregeld.

Goedkeuring
Door het amendement wordt de wettelijke eis dat ten minste 15 jaar jaarlijks premie moet zijn voldaan gewijzigd in de eis dat gedurende de gehele looptijd jaarlijks premie is voldaan. Dat zou tot gevolg hebben dat polissen met een looptijd van 30 jaar, die na 20 jaar premiebetaling premievrij zijn gemaakt, niet aan de eisen voor een vrijstelling voldoen. De staatssecretaris zal in een beleidsbesluit goedkeuren dat personen, die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om de polis na ten minste 15 jaar premiebetaling premievrij te maken, geacht worden te hebben voldaan aan de eis dat gedurende de looptijd jaarlijks premie is voldaan.

More

Box 3-heffing blijft voor 2014 overeind

Box 3-heffing blijft voor 2014 overeind

Voor de heffing van inkomstenbelasting over de opbrengsten van sparen en beleggen (box 3) wordt een rendement verondersteld van 4% per jaar. Bij de invoering van de Wet IB 2001 heeft de minister van Financiën over dat forfaitaire rendement gezegd dat 4% het reële rendement is dat een particulier op langere termijn met risicovrij beleggen moet kunnen halen.

In een proefprocedure over het belastingjaar 2014 over de heffing in box 3 oordeelde de rechtbank Noord-Nederland dat de vraag, of het door de wetgever veronderstelde langjarige rendement van 4% niet meer haalbaar is, pas na verloop van een periode van tien jaar kan worden beantwoord. In die periode moet het rendement op risicoarme beleggingen lager zijn geweest dan 4%. De belanghebbende in deze procedure slaagde er niet in om te bewijzen dat eind 2013 al tien aaneengesloten jaren met onderrendement waren verstreken. Aan de beoordeling of belastingplichtigen door de belastingheffing in box 3 worden geconfronteerd met een buitensporig zware last kwam de rechtbank niet meer toe.

De rechtbank wees op een arrest van de Hoge Raad uit 2016, waarin is geoordeeld dat het forfaitaire stelsel van box 3 als zodanig toelaatbaar is.

More