Inkomstenbelasting

Extra kosten kleding en beddengoed

Extra kosten kleding en beddengoed

De Wet IB 2001 bevat een opsomming van aftrekbare uitgaven wegens ziekte of invaliditeit. Naast kosten van medische behandeling gaat het om kosten voor extra gezinshulp, op medisch voorschrift gehouden diëten en kosten van extra kleding en beddengoed. Om aan aftrek toe te komen, moet sprake zijn van ziekte of invaliditeit.

Hof Amsterdam oordeelde in een procedure dat incontinentie een ziekte is, die extra kosten van kleding en beddengoed tot gevolg kan hebben. Het hof baseert zijn oordeel op de parlementaire behandeling van het wetsartikel waarin de aftrek van ziektekosten is geregeld. Het hof stond de belanghebbende aftrek voor extra kosten van kleding en beddengoed toe. De inspecteur had de aftrek geweigerd omdat incontinentie naar zijn mening geen ziekte is, maar een ouderdomskwaal. Volgens het hof hoeft er geen onderscheid gemaakt te worden tussen incontinentie, die is veroorzaakt door ziekte en incontinentie, die is veroorzaakt door ouderdom. In beide gevallen is er recht op aftrek van de extra kosten.

Maatregelen uit regeerakkoord opgenomen in Belastingplan 2018

Maatregelen uit regeerakkoord opgenomen in Belastingplan 2018

De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging op het Belastingplan 2018 ingediend. In de nota van wijziging is een aantal punten uit het regeerakkoord verwerkt. Het gaat om maatregelen die per 1 januari 2018 in werking moeten treden of op 1 januari 2018 vast moeten staan om op 1 januari 2019 in werking te kunnen treden.

Heffingskortingen
Heffingskortingen worden in de regel niet uitbetaald, maar alleen verrekend met de te betalen inkomstenbelasting. Er geldt een uitzondering voor de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Deze worden uitbetaald op voorwaarde dat de fiscale partner voldoende inkomen heeft. De uitbetaling van de algemene heffingskorting wordt sinds een aantal jaren afgebouwd. Nu wordt voorgesteld dat met ingang van 1 januari 2019 ook te doen met de IACK en de arbeidskorting.

Daarnaast wordt voorgesteld de ouderenkorting per 1 januari 2019 met € 160 te verhogen en deze korting geleidelijk inkomensafhankelijk af te bouwen. Nu geldt nog dat bij het overschrijden van een zeker inkomensbedrag de hoge ouderenkorting vervalt en de (veel lagere) lage ouderenkorting van toepassing. De voorgestelde afbouwregeling zorgt voor een meer geleidelijke overgang. De afbouw start bij het bedrag van het verzamelinkomen waar nu het hoge bedrag van de ouderenkorting overgaat in het lage bedrag. De afbouw bedraagt 15% van het verzamelinkomen voor zover dat hoger is dan het verzamelinkomen waarbij het afbouwtraject start.

Aanpassing box 3
Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd naar € 30.000. Het gezamenlijke heffingvrije vermogen voor fiscale partners wordt € 60.000. De verhoging van het heffingvrije vermogen heeft tot gevolg dat meer mensen recht krijgen op toeslagen.
Het forfaitaire rendement op sparen wordt gebaseerd op actuelere rendementen. Daardoor valt dit in 2018 lager uit. Dat heeft tot gevolg dat het forfaitaire rendement in de eerste vermogensschijf 0,63% lager uitkomt op 2,4%.

Tariefschijf vennootschapsbelasting en tarief innovatiebox
Op grond van het Belastingplan 2017 zou de eerste tariefschijf in de vennootschapsbelasting worden verlengd naar € 250.000 per 1 januari 2018. In deze nota van wijziging wordt die maatregel teruggedraaid. Ook de vervolgstappen in de verlenging van de tariefschijf gaan niet door. De in het regeerakkoord aangekondigde verhoging van het effectieve tarief van de innovatiebox van 5% naar 7% is ook opgenomen in de nota van wijziging. Ook deze aanpassing moet per 1 januari 2018 worden doorgevoerd. Het Vpb-tarief wordt vanaf 2019 stapsgewijs verlaagd naar 16% (eerste schijf) en 21% (tweede schijf) in 2021.

Verhogen tabaksaccijns
De accijnstarieven van alle tabaksproducten worden met ingang van 1 januari 2018 verhoogd. Ook in de komende jaren zal de accijns op tabak stijgen.

Schijfgrenzen en tarieven IB 2018

Schijfgrenzen en tarieven IB 2018

Bij de Tweede Kamer is het Belastingplan 2018 in behandeling. De (voormalige) staatssecretaris van Financiën heeft de nota naar aanleiding van het verslag naar de Kamer gestuurd. In de nota worden vragen van de verschillende fracties beantwoord. Er zijn ook vragen gesteld die betrekking hebben op het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Die zijn niet beantwoord maar doorgeschoven.

De staatssecretaris heeft in deze nota onder meer een overzicht van heffingskortingen, schijven en tarieven in de loon- en inkomstenbelasting voor 2018 gegeven, waarin rekening is gehouden met de indexatie per 1 januari. Daaruit blijkt dat het maximum van de algemene heffingskorting voor mensen jonger dan de AOW-leeftijd stijgt van € 2.254 naar € 2.265. Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gaat het maximum van € 1.151 naar € 1.157. Het maximum van de arbeidskorting gaat van € 3.223 naar € 3.249.

Het maximum van de inkomensafhankelijke combinatiekorting gaat van € 2.778 naar € 2.801. De jonggehandicaptenkorting stijgt van € 722 naar € 728.  De ouderenkorting gaat voor lagere inkomens flink omhoog, omdat naast de indexatie een stijging is voorzien in het Belastingplan 2018. Daardoor gaat deze korting omhoog van € 1.292 naar € 1.418. Voor hogere inkomens wordt de ouderenkorting alleen geïndexeerd, waardoor deze van € 71 stijgt naar € 72. De alleenstaande ouderenkorting daalt ondanks de indexatie van € 438 naar € 423, vanwege een verlaging in het Belastingplan 2018.

Schijfgrenzen en tarieven
2017 Tarief 2017 2018 Tarief 2018
Einde eerste schijf  € 19.982  36,55%  € 20.142  36,55%
Einde tweede schijf  € 33.791  40,8%  € 33.994  40,85%
Einde derde schijf  € 67.072  40,8%  € 68.507  40,85%
Einde vierde schijf  –  52,00%  –  51,95%

 N.B. Voor mensen die geboren zijn vóór 1 januari 1946 eindigt de tweede schijf in 2017 bij een bedrag van € 34.130 en in 2018 bij een bedrag van € 34.404.

Kosten total bodyscan niet aftrekbaar

Kosten total bodyscan niet aftrekbaar

De uitgaven voor geneeskundige hulp bij ziekte of invaliditeit zijn aftrekbaar in de inkomstenbelasting voor zover de uitgaven een zekere inkomensafhankelijke drempel overschrijden. Uitgaven ter voorkoming van ziekten vallen in de regel niet onder de aftrekbare kosten, met uitzondering van inentingskosten. Inentingskosten zijn volgens de Hoge Raad naar hun aard uitgaven voor geneeskundige hulp.

De uitgaven voor een zogenaamde total bodyscan, een preventief onderzoek, zijn echter niet aftrekbaar. Deze uitgaven worden niet gedaan in het kader van een medische behandeling en kunnen volgens Hof Amsterdam niet op één lijn worden gesteld met inentingen, waarbij geneesmiddelen worden toegediend en waarmee ziekten worden voorkomen. Het hof is van oordeel dat een preventief onderzoek geen behandeling wordt wanneer uit een dergelijk onderzoek blijkt dat de onderzochte persoon ziek is.

Verliesverrekening

Verliesverrekening

In box 1 van de inkomstenbelasting worden de inkomsten uit werk en woning progressief belast. De inkomsten uit werk en woning omvatten de winst uit onderneming, de inkomsten uit dienstbetrekking, het resultaat uit werkzaamheden en de inkomsten uit de eigen woning. Een negatief inkomen uit werk en woning wordt verrekend met positieve inkomens uit werk en woning van de drie voorgaande en de negen volgende jaren. Een negatief inkomen wordt aangemerkt als een verlies. Een verlies vermindert het positieve inkomen van een ander jaar niet verder dan tot nihil. Het wettelijke systeem van verliesverrekening betreft een verrekening van heffingsgrondslagen en niet van geheven belasting. Dat betekent dat verrekening ook mogelijk is met inkomens van jaren waarin feitelijk geen belasting is betaald. De verrekening van een verlies met het inkomen uit een jaar waarin geen belasting is betaald leidt niet tot een teruggaaf van belasting.

Onzakelijke borgstelling

Onzakelijke borgstelling

Het ter beschikking stellen van vermogen aan een bv, waarin de terbeschikkingsteller een aanmerkelijk belang heeft, wordt belast als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1 van de inkomstenbelasting. Het aangaan van een borgstelling is geen terbeschikkingstelling, maar een vergoeding voor het aangaan van borgtocht wordt wel als een voordeel uit terbeschikkingstelling aangemerkt. Zodra de borg heeft betaald ontstaat een regresvordering op de bv. De borg kan voorafgaand aan de betaling uit hoofde van de borgtocht mogelijk een voorziening vormen.

Een verlies uit de borgstelling komt niet ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden wanneer de borgstelling is toe te rekenen aan het handelen als aandeelhouder, met andere woorden, wanneer de zakelijkheid voor het aangaan van de borgstelling ontbreekt. Of een borgstelling onzakelijk is, hangt af van het antwoord op de vraag of er een vergoeding is waartegen een onafhankelijke derde eenzelfde borgstelling zou hebben aanvaard. Dat bij het aangaan van de borgstelling niet duidelijk is dat de bv het ontvangen krediet niet zal terug kunnen betalen, sluit niet uit dat een onafhankelijke derde niet bereid zou zijn geweest eenzelfde aansprakelijkheid te aanvaarden.

Hof Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat een bij de oprichting van twee bv’s aangegane borgstelling onzakelijk was. De bv’s hadden elk een gering eigen vermogen van € 18.000. De bv’s waren opgericht voor de ontwikkeling van een internetplatform. Gezien de benodigde ontwikkelingskosten ging het om een risicovol project. De bank was niet bereid de bv’s onder gebruikelijke voorwaarden te financieren. Naast verpanding van de bezittingen van de moedermaatschappij van de bv’s moesten de Staat en de dga zich borg stellen voor het volledige bedrag van de lening. De dga heeft voor zijn borgstelling geen zekerheden of vergoeding bedongen. Na een faillissement van de bv’s werd de dga door de bank aangesproken op zijn borgstelling. Vanwege de onzakelijkheid van de borgstelling kwam het daarop geleden verlies niet in aftrek.

Nabetaling is onderdeel loon

Nabetaling is onderdeel loon

Het loonbegrip in de fiscale wetgeving is ruim en omvat alle voordelen die iemand uit een dienstbetrekking geniet. Vergoedingen die in het kader van de dienstbetrekking worden betaald zijn onderdeel van het loonbegrip.

Onder verwijzing naar het ruime loonbegrip heeft Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat een van een vroegere werkgever ontvangen nabetaling tot het loon behoorde. De vroegere werkgever had het bedrag na inhouding van loonbelasting betaald aan de advocaat van de werknemer. De advocaat verrekende de betaling met door de werknemer nog niet betaalde rekeningen. Volgens het hof heeft de advocaat de nabetaling namens de werknemer ontvangen en heeft de werknemer de nabetaling op deze manier genoten. De betaling vloeide voort uit een vroegere dienstbetrekking.

Geen step-up aanmerkelijk belang bij remigratie

Geen step-up aanmerkelijk belang bij remigratie

De meeropbrengst van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren is belast met inkomstenbelasting. De meeropbrengst is het verschil tussen de verkoopopbrengst en de verkrijgingsprijs van de aandelen. De verkrijgingsprijs is de bij de verkrijging betaalde tegenprestatie, vermeerderd met de kosten die voor rekening van de verkrijger zijn gekomen.

Voor een immigrant met een aanmerkelijk belang geldt een afwijkende verkrijgingsprijs. Deze afwijkende verkrijgingsprijs wordt gesteld op de waarde in het economische verkeer op het tijdstip van immigratie. Deze afwijkende regeling geldt echter niet voor een immigrant die eerder uit Nederland is geëmigreerd. De Nederlandse wettelijke regeling is bedoeld om de verkrijgingsprijs van aanmerkelijkbelangaandelen zodanig vast te stellen dat Nederland in beginsel belasting heft over de waardeaangroei van die aandelen die is ontstaan in een periode van Nederlandse belastingplicht. Dat kan binnenlandse maar ook buitenlandse belastingplicht zijn.

Een uit Nederland geëmigreerde inwoner van België verkreeg 50% van de aandelen in een in Nederland gevestigde bv. Tijdens zijn verblijf in België was de aandeelhouder buitenlands belastingplichtig ter zake van de aandelen. Bij zijn remigratie naar Nederland werd de verkrijgingsprijs van zijn aandelen vastgesteld volgens de hoofdregel en niet vermeerderd met de waardeaangroei die was opgetreden tijdens zijn verblijf in België. Volgens de Hoge Raad is niet van belang dat Nederland op grond van de tekst van het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing met België geen belasting had kunnen heffen wanneer de aandeelhouder zijn aandelen had verkocht in de periode dat hij in België woonde.

De Hoge Raad merkt nog op dat de procedure betrekking heeft op een door de inspecteur gegeven beschikking waarin de verkrijgingsprijs van de aandelen is vastgesteld. Met betrekking tot de aandelen heeft zich geen belastbaar feit voorgedaan. Wanneer de aandelen worden verkocht na de immigratie is de volledige waardeaangroei van de aandelen belast. Volgens de Hoge Raad is dat niet in strijd met het belastingverdrag met België.

Multiplier giftenaftrek

Multiplier giftenaftrek

Sinds 2012 worden giften aan culturele instellingen voor de bepaling van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting verhoogd door vermenigvuldiging met een bepaalde factor. Het doel van deze regeling is om giften aan culturele instellingen te stimuleren. De regeling was tijdelijk bedoeld en zou eindigen per 1 januari 2018. In januari 2017 is de regeling geëvalueerd. De conclusies die aan de evaluatie verbonden worden zijn voorbehouden aan het volgende kabinet. Dat moet besluiten of de regeling al dan niet wordt voortgezet. Om het nieuwe kabinet niet voor de voeten te lopen wordt voorgesteld om de regeling een jaar te verlengen.