Archief van mei 2014

Schijnzelfstandigheid wordt aangepakt door de Belastingdienst

Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer mensen formeel werkzaam zijn als zelfstandigen maar in werkelijkheid onder het gezag van de opdrachtgever/ werkgever staan. Dit betekent dat zij normaal in loondienst zouden moeten zijn en de werkgever sociale verzekeringspremies dient af te dragen. De fiscus stelt dan dat er sprake is van een fictief dienstverband.

Een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) kan duidelijkheid geven over de arbeidsrelatie van een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) met de opdrachtgever.
Let er bij het inhuren van een zzp’er op of deze zelfstandige in het bezit is van een geldige VAR en de juiste soort VAR. Er zijn namelijk vier soorten VAR.
VAR-loon en VAR-row geven de opdrachtgever geen zekerheid over het inhouden en betalen van loonheffingen. De opdrachtgever zal zelf moeten toetsen of er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
De VAR kan aangevraagd worden bij de Belastingdienst en is maximaal 1 kalenderjaar geldig.

De Belastingdienst gaat, met name in de sectoren waarin volgens hen veel schijnzelfstandigheid voorkomt, strenger controleren of er sprake is van een ´verdoken´ arbeidsovereenkomst.
Wanneer zij menen dat er sprake is van een schijnzelfstandige zullen ze de VAR intrekken, met alle fiscale gevolgen van dien.
Enkele gevolgen voor de opdrachtgever zijn:
– Werkgeversbijdragen over de vergoeding betalen inclusief boete en heffingsrente
– Strafrechtelijke veroordeling inzake geen arbeidsongevallenverzekering
– De zelfstandige kan mogelijk met terugwerkende kracht aanspraak gaan maken op o.a. vakantiegeld